Avatar of Vocabulary Set Eenheid 1: Mijn nieuwe school

Vocabulaireverzameling Eenheid 1: Mijn nieuwe school in Groep 6: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Eenheid 1: Mijn nieuwe school' in 'Groep 6' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

laboratory

/ˈlæb.rə.tɔːr.i/

(noun) laboratorium, lab

Voorbeeld:

The scientists conducted experiments in the laboratory.
De wetenschappers voerden experimenten uit in het laboratorium.

boarding school

/ˈbɔːr.dɪŋ ˌskuːl/

(noun) kostschool

Voorbeeld:

She was sent to a boarding school when she was ten.
Ze werd op haar tiende naar een kostschool gestuurd.

playground

/ˈpleɪ.ɡraʊnd/

(noun) speeltuin, vrije ruimte

Voorbeeld:

The children ran excitedly to the playground.
De kinderen renden opgewonden naar de speeltuin.

swimming pool

/ˈswɪm.ɪŋ ˌpuːl/

(noun) zwembad

Voorbeeld:

We spent the afternoon by the swimming pool.
We brachten de middag door bij het zwembad.

canteen

/kænˈtiːn/

(noun) kantine, eetzaal, veldfles

Voorbeeld:

We usually have lunch in the company canteen.
We lunchen meestal in de bedrijfskantine.

secondary school

/ˈsek.ən.der.i skuːl/

(noun) middelbare school, secundaire school

Voorbeeld:

My daughter just started secondary school this year.
Mijn dochter is dit jaar net begonnen met de middelbare school.

parking lot

/ˈpɑːr.kɪŋ ˌlɑːt/

(noun) parkeerplaats

Voorbeeld:

I left my car in the parking lot.
Ik liet mijn auto op de parkeerplaats staan.

greenhouse

/ˈɡriːn.haʊs/

(noun) kas

Voorbeeld:

The gardener spent hours tending to the plants in the greenhouse.
De tuinman bracht uren door met het verzorgen van de planten in de kas.

library

/ˈlaɪ.brer.i/

(noun) bibliotheek, boekenverzameling, collectie

Voorbeeld:

I'm going to the library to borrow some books.
Ik ga naar de bibliotheek om boeken te lenen.

textbook

/ˈtekst.bʊk/

(noun) leerboek, handboek;

(adjective) schoolvoorbeeld, klassiek

Voorbeeld:

We need to buy a new textbook for our history class.
We moeten een nieuw leerboek kopen voor onze geschiedenisles.

compass

/ˈkʌm.pəs/

(noun) kompas, passer, bereik;

(verb) omcirkelen, omringen, bereiken

Voorbeeld:

He used a compass to find his way through the forest.
Hij gebruikte een kompas om zijn weg door het bos te vinden.

lunchbox

/ˈlʌntʃ.bɑːks/

(noun) lunchbox, broodtrommel

Voorbeeld:

Don't forget your lunchbox for school tomorrow.
Vergeet je lunchbox niet voor school morgen.

notebook

/ˈnoʊt.bʊk/

(noun) notitieboekje, schrift, notebook

Voorbeeld:

She always carries a small notebook to jot down ideas.
Ze draagt altijd een klein notitieboekje om ideeën op te schrijven.

subject

/ˈsʌb.dʒekt/

(noun) onderwerp, thema, vak;

(verb) onderwerpen, blootstellen;

(adjective) onderhevig aan, afhankelijk van

Voorbeeld:

The main subject of the meeting was the new budget.
Het hoofdonderwerp van de vergadering was de nieuwe begroting.

pencil sharpener

/ˈpen.səl ˌʃɑːr.pən.ər/

(noun) puntenslijper

Voorbeeld:

I need a pencil sharpener to make my pencil usable again.
Ik heb een puntenslijper nodig om mijn potlood weer bruikbaar te maken.

pencil case

/ˈpen.səl ˌkeɪs/

(noun) etui, pennenzak

Voorbeeld:

She put her new pens into her colorful pencil case.
Ze stopte haar nieuwe pennen in haar kleurrijke etui.

calculator

/ˈkæl.kjə.leɪ.t̬ɚ/

(noun) rekenmachine

Voorbeeld:

I used a calculator to check my math homework.
Ik gebruikte een rekenmachine om mijn wiskundehuiswerk te controleren.

ruler

/ˈruː.lɚ/

(noun) heerser, vorst, liniaal

Voorbeeld:

The benevolent ruler was loved by all his subjects.
De welwillende heerser werd door al zijn onderdanen geliefd.

rubber

/ˈrʌb.ɚ/

(noun) rubber, gum, condoom

Voorbeeld:

The tires are made of rubber.
De banden zijn gemaakt van rubber.

school bag

/ˈskuːl bæɡ/

(noun) schooltas, rugzak

Voorbeeld:

My daughter packed her school bag with all her textbooks.
Mijn dochter pakte haar schooltas in met al haar schoolboeken.

have lunch

/hæv lʌntʃ/

(verb) lunchen, middageten

Voorbeeld:

Let's have lunch together tomorrow.
Laten we morgen samen lunchen.

put on

/pʊt ɑːn/

(phrasal verb) aantrekken, opzetten, aanzetten

Voorbeeld:

She decided to put on her favorite dress for the party.
Ze besloot haar favoriete jurk voor het feest aan te trekken.

join in

/dʒɔɪn ɪn/

(phrasal verb) meedoen, deelnemen

Voorbeeld:

Everyone was singing, so I decided to join in.
Iedereen zong, dus ik besloot mee te doen.

cycle

/ˈsaɪ.kəl/

(noun) cyclus, kringloop, fiets;

(verb) fietsen, cyclen, doorlopen

Voorbeeld:

The water cycle is essential for life on Earth.
De watercyclus is essentieel voor het leven op Aarde.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland