Avatar of Vocabulary Set Eenheid 8: Welke vakken heb je vandaag?

Vocabulaireverzameling Eenheid 8: Welke vakken heb je vandaag? in Groep 4: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Eenheid 8: Welke vakken heb je vandaag?' in 'Groep 4' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

art

/ɑːrt/

(noun) kunst, vaardigheid

Voorbeeld:

She studied fine art at university.
Ze studeerde beeldende kunst aan de universiteit.

everyday

/ˈev.ri.deɪ/

(adjective) alledaags, dagelijks

Voorbeeld:

This is my everyday jacket, I wear it all the time.
Dit is mijn alledaagse jas, ik draag hem altijd.

it

/ɪt/

(pronoun) het, dat;

(noun) het, de situatie

Voorbeeld:

Look at that car; it's brand new.
Kijk naar die auto; hij is gloednieuw.

maths

/mæθs/

(noun) wiskunde

Voorbeeld:

I have a maths exam tomorrow.
Ik heb morgen een wiskunde-examen.

music

/ˈmjuː.zɪk/

(noun) muziek, bladmuziek, noten

Voorbeeld:

She loves listening to classical music.
Ze luistert graag naar klassieke muziek.

once

/wʌns/

(adverb) eens, één keer, vroeger;

(conjunction) zodra, wanneer

Voorbeeld:

I only met him once.
Ik heb hem maar één keer ontmoet.

PE

/ˌpiːˈiː/

(abbreviation) gym, lichamelijke opvoeding

Voorbeeld:

We have PE twice a week.
We hebben twee keer per week gym.

science

/ˈsaɪ.əns/

(noun) wetenschap, vakgebied

Voorbeeld:

The study of science is essential for understanding the world around us.
De studie van wetenschap is essentieel voor het begrijpen van de wereld om ons heen.

subject

/ˈsʌb.dʒekt/

(noun) onderwerp, thema, vak;

(verb) onderwerpen, blootstellen;

(adjective) onderhevig aan, afhankelijk van

Voorbeeld:

The main subject of the meeting was the new budget.
Het hoofdonderwerp van de vergadering was de nieuwe begroting.

time

/taɪm/

(noun) tijd, uur, keer;

(verb) timen, klokken, afstemmen

Voorbeeld:

Time flies when you're having fun.
Tijd vliegt als je plezier hebt.

twice

/twaɪs/

(adverb) tweemaal, twee keer

Voorbeeld:

I've been to Paris twice.
Ik ben twee keer in Parijs geweest.

Vietnamese

/ˌvjet.nəˈmiːz/

(noun) Vietnamees, Vietnamese;

(adjective) Vietnamees

Voorbeeld:

Many Vietnamese live abroad.
Veel Vietnamezen wonen in het buitenland.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland