Avatar of Vocabulary Set Eenheid 19: Welk dier wil je zien?

Vocabulaireverzameling Eenheid 19: Welk dier wil je zien? in Groep 4: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Eenheid 19: Welk dier wil je zien?' in 'Groep 4' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

animal

/ˈæn.ɪ.məl/

(noun) dier, beest, barbaar;

(adjective) dierlijk

Voorbeeld:

The zoo has many different types of animals.
De dierentuin heeft veel verschillende soorten dieren.

bear

/ber/

(noun) beer;

(verb) dragen, verdragen, baren

Voorbeeld:

A grizzly bear was spotted near the campsite.
Een grizzlybeer werd gespot nabij de camping.

beautiful

/ˈbjuː.t̬ə.fəl/

(adjective) mooi, prachtig

Voorbeeld:

She wore a beautiful dress to the party.
Ze droeg een prachtige jurk naar het feest.

crocodile

/ˈkrɑː.kə.daɪl/

(noun) krokodil

Voorbeeld:

The safari guide warned us about the crocodiles in the river.
De safarigids waarschuwde ons voor de krokodillen in de rivier.

dangerous

/ˈdeɪn.dʒɚ.əs/

(adjective) gevaarlijk

Voorbeeld:

It's dangerous to walk alone at night in this area.
Het is gevaarlijk om 's nachts alleen te lopen in dit gebied.

elephant

/ˈel.ə.fənt/

(noun) olifant

Voorbeeld:

The elephant sprayed water over itself with its trunk.
De olifant sproeide water over zichzelf met zijn slurf.

enormous

/əˈnɔːr.məs/

(adjective) enorm, reusachtig, gigantisch

Voorbeeld:

The company made an enormous profit this year.
Het bedrijf maakte dit jaar een enorme winst.

fast

/fæst/

(adjective) snel, vlug, vast;

(adverb) snel, stevig, vast;

(verb) vasten;

(noun) vasten

Voorbeeld:

A cheetah is a very fast runner.
Een jachtluipaard is een zeer snelle renner.

kangaroo

/ˌkæŋ.ɡəˈruː/

(noun) kangoeroe

Voorbeeld:

The kangaroo hopped across the open field.
De kangoeroe huppelde over het open veld.

monkey

/ˈmʌŋ.ki/

(noun) aap, ondeugd, kwajongen;

(verb) prutsen, rommelen

Voorbeeld:

The monkey swung from tree to tree.
De aap slingerde van boom naar boom.

scary

/ˈsker.i/

(adjective) eng, griezelig

Voorbeeld:

The movie was really scary.
De film was echt eng.

tiger

/ˈtaɪ.ɡɚ/

(noun) tijger, felle persoon, formidabele persoon

Voorbeeld:

The tiger stalked its prey silently through the tall grass.
De tijger besloop zijn prooi geruisloos door het hoge gras.

want

/wɑːnt/

(verb) willen, behoeven, ontbreken;

(noun) gebrek, behoefte

Voorbeeld:

I want a new car.
Ik wil een nieuwe auto.

wonderful

/ˈwʌn.dɚ.fəl/

(adjective) geweldig, prachtig, fantastisch

Voorbeeld:

We had a wonderful time at the party.
We hadden een geweldige tijd op het feest.

zebra

/ˈziː.brə/

(noun) zebra

Voorbeeld:

The zebra galloped across the savanna.
De zebra galoppeerde over de savanne.

zoo

/zuː/

(noun) dierentuin, zoo

Voorbeeld:

We spent the whole day at the zoo, watching the lions and elephants.
We brachten de hele dag door in de dierentuin, kijkend naar de leeuwen en olifanten.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland