Avatar of Vocabulary Set Eenheid 13: Wilt u wat melk?

Vocabulaireverzameling Eenheid 13: Wilt u wat melk? in Groep 4: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Eenheid 13: Wilt u wat melk?' in 'Groep 4' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

beef

/biːf/

(noun) rundvlees, klacht, bezwaar;

(verb) klagen, mopperen

Voorbeeld:

We had roast beef for dinner.
We hadden gebraden rundvlees voor het avondeten.

bread

/bred/

(noun) brood, geld, poen;

(verb) paneren

Voorbeeld:

She bought a loaf of bread from the bakery.
Ze kocht een brood brood bij de bakker.

chicken

/ˈtʃɪk.ɪn/

(noun) kip, lafaard, bangebroek;

(verb) terugtrekken, laf zijn;

(adjective) laf, bang

Voorbeeld:

She bought a whole chicken for dinner.
Ze kocht een hele kip voor het avondeten.

fish

/fɪʃ/

(noun) vis;

(verb) vissen, vissen naar, uitvragen

Voorbeeld:

We caught a big fish in the lake.
We vingen een grote vis in het meer.

leaf

/liːf/

(noun) blad, pagina;

(idiom) een nieuw blad omslaan, een nieuwe start maken;

(verb) bladeren, doorbladeren

Voorbeeld:

The tree shed its leaves in autumn.
De boom verloor zijn bladeren in de herfst.

lemonade

/ˌlem.əˈneɪd/

(noun) limonade

Voorbeeld:

She ordered a glass of refreshing lemonade.
Ze bestelde een glas verfrissende limonade.

milk

/mɪlk/

(noun) melk;

(verb) melken, uitmelken, uitbuiten

Voorbeeld:

She poured some milk into her coffee.
Ze schonk wat melk in haar koffie.

noodle

/ˈnuː.dəl/

(noun) noedel, mie, hoofd;

(verb) tokkelen, improviseren, handvissen

Voorbeeld:

She added some fresh noodles to the soup.
Ze voegde wat verse noedels toe aan de soep.

pork

/pɔːrk/

(noun) varkensvlees

Voorbeeld:

We had roasted pork for dinner.
We hadden gebraden varkensvlees als avondeten.

rice

/raɪs/

(noun) rijst;

(verb) rijst wassen, purere, fijnpersen

Voorbeeld:

She cooked a delicious meal with chicken and rice.
Ze kookte een heerlijke maaltijd met kip en rijst.

vegetable

/ˈvedʒ.tə.bəl/

(noun) groente, plant, vegetatieve toestand

Voorbeeld:

Carrots and broccoli are healthy vegetables.
Wortels en broccoli zijn gezonde groenten.

water

/ˈwɑː.t̬ɚ/

(noun) water;

(verb) wateren, begieten

Voorbeeld:

Please give me a glass of water.
Geef me alsjeblieft een glas water.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland