Vocabulaireverzameling Eenheid 13: Waar is mijn boek? in Groep 3: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Eenheid 13: Waar is mijn boek?' in 'Groep 3' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) bal, dansfeest;
(verb) ballen, opballen
Voorbeeld:
(noun) bed, bedding, bodem;
(verb) naar bed brengen, te slapen leggen, planten
Voorbeeld:
(preposition) achter, steunen;
(adverb) achter, te laat;
(adjective) achter, minder succesvol
Voorbeeld:
(noun) stoel, voorzitter, leider;
(verb) voorzitten, leiden
Voorbeeld:
(noun) jas, mantel, laag;
(verb) bekleden, coaten
Voorbeeld:
(noun) bureau, schrijftafel, balie
Voorbeeld:
(adverb) hier, daar;
(exclamation) hier, alsjeblieft
Voorbeeld:
(adverb) dichtbij, nabij;
(preposition) nabij, dichtbij;
(adjective) nabij, dichtbij;
(verb) naderen, dichterbij komen
Voorbeeld:
(preposition) op, in;
(adverb) aan, in werking, door;
(adjective) doorgaan, gepland
Voorbeeld:
(noun) foto, schilderij, afbeelding;
(verb) afbeelden, fotograferen, schilderen
Voorbeeld:
(noun) poster, plakkaat
Voorbeeld:
(noun) tafel, tabel, overzicht;
(verb) uitstellen, opschorten
Voorbeeld:
(adverb) daar, erheen, er;
(pronoun) daar, die plaats;
(interjection) er, daar
Voorbeeld:
(preposition) onder, minder dan;
(adverb) onder, naar beneden;
(adjective) ondergeschikt, minderwaardig
Voorbeeld:
(noun) muur, wand;
(verb) ommuuren, afsluiten met een muur
Voorbeeld:
(adverb) waar, waarheen, waarop;
(conjunction) waar, de plaats waar;
(noun) verblijfplaats, locatie
Voorbeeld: