Vocabulaireverzameling Eenheid 12: Dit Is Mijn Huis in Groep 3: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Eenheid 12: Dit Is Mijn Huis' in 'Groep 3' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren /ˈbæθ.ruːm/
(noun) badkamer, toilet
Voorbeeld:
I need to use the bathroom.
Ik moet naar de badkamer.
/ˈbed.ruːm/
(noun) slaapkamer
Voorbeeld:
My bedroom has a large window overlooking the garden.
Mijn slaapkamer heeft een groot raam met uitzicht op de tuin.
/ˈdaɪ.nɪŋ ˌruːm/
(noun) eetkamer
Voorbeeld:
We usually eat dinner in the dining room.
We eten meestal avondeten in de eetkamer.
/fens/
(noun) hek, omheining, heler;
(verb) omheinen, afzetten, schermen
Voorbeeld:
The farmer built a new fence around his pasture.
De boer bouwde een nieuw hek rond zijn weide.
/ɡəˈrɑːʒ/
(noun) garage, werkplaats;
(verb) in de garage zetten, stallen
Voorbeeld:
I parked my car in the garage.
Ik parkeerde mijn auto in de garage.
/ˈɡɑːr.dən/
(noun) tuin;
(verb) tuinieren, beplanten
Voorbeeld:
She spent the afternoon working in her garden.
Ze bracht de middag door met werken in haar tuin.
/ɡeɪt/
(noun) hek, poort, gate;
(verb) gaten, regelen
Voorbeeld:
Please close the gate behind you.
Sluit alstublieft het hek achter u.
/ˈkɪtʃ.ən/
(noun) keuken
Voorbeeld:
She spent the morning cleaning the kitchen.
Ze bracht de ochtend door met het schoonmaken van de keuken.
/ˈlɪv.ɪŋ ˌruːm/
(noun) woonkamer, zitkamer
Voorbeeld:
We spent the evening relaxing in the living room.
We brachten de avond ontspannend door in de woonkamer.
/pɑːnd/
(noun) vijver;
(verb) overwegen, nadenken
Voorbeeld:
The ducks are swimming in the pond.
De eenden zwemmen in de vijver.
/triː/
(noun) boom, diagram;
(verb) de boom injagen, opjagen
Voorbeeld:
The old oak tree stood tall in the forest.
De oude eikenboom stond hoog in het bos.
/jɑːrd/
(noun) yard, tuin, erf
Voorbeeld:
The fabric is three yards long.
De stof is drie yard lang.