Vocabulaireverzameling Eenheid 2: In de achtertuin in Groep 2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Eenheid 2: In de achtertuin' in 'Groep 2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren /ˌbækˈjɑːrd/
(noun) achtertuin, invloedssfeer
Voorbeeld:
The kids are playing in the backyard.
De kinderen spelen in de achtertuin.
/pleɪ/
(verb) spelen, uitvoeren, afspelen;
(noun) toneelstuk, spel, recreatie
Voorbeeld:
The children are playing in the park.
De kinderen zijn aan het spelen in het park.
/kaɪt/
(noun) vlieger, wouw;
(verb) vliegeren
Voorbeeld:
The child happily flew his kite in the park.
Het kind liet zijn vlieger vrolijk op in het park.
/baɪk/
(noun) fiets, motor, motorfiets;
(verb) fietsen, motorrijden
Voorbeeld:
I ride my bike to work every day.
Ik fiets elke dag met mijn fiets naar mijn werk.
/ˈkɪt̬.ən/
(noun) kitten, jong katje
Voorbeeld:
The mother cat was nursing her tiny kittens.
De moederkat zoogde haar kleine kittens.
/rʌn/
(verb) rennen, lopen, werken;
(noun) loop, ren, periode
Voorbeeld:
She decided to run a marathon next year.
Ze besloot volgend jaar een marathon te rennen.
/ɡræs/
(noun) gras, wiet, marihuana;
(verb) verlinken, klikken
Voorbeeld:
The sheep were grazing on the fresh grass.
De schapen graasden op het verse gras.
/ˈflaʊ.ɚ/
(noun) bloem;
(verb) bloeien
Voorbeeld:
The garden is full of beautiful flowers.
De tuin staat vol met prachtige bloemen.
/ˈpʌp.i/
(noun) puppy, hondje
Voorbeeld:
The children loved playing with the new puppy.
De kinderen vonden het heerlijk om met de nieuwe puppy te spelen.