Vocabulaireverzameling Eenheid 6: In de Klas in Groep 1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Eenheid 6: In de Klas' in 'Groep 1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren /bel/
(noun) bel, klok, beker;
(verb) bellen, van een bel voorzien
Voorbeeld:
The church bell rang loudly.
De kerkklok luidde luid.
/pen/
(noun) pen, schrijfpen, hok;
(verb) schrijven, opstellen, opsluiten
Voorbeeld:
Can I borrow your pen for a moment?
Mag ik je pen even lenen?
/ˈpen.səl/
(noun) potlood;
(verb) potloden, inplannen
Voorbeeld:
Can I borrow your pencil for a moment?
Mag ik even je potlood lenen?
/red/
(adjective) rood, blozend;
(noun) rood, de kleur rood
Voorbeeld:
The stop sign was bright red.
Het stopbord was fel rood.
/ˈruː.lɚ/
(noun) heerser, vorst, liniaal
Voorbeeld:
The benevolent ruler was loved by all his subjects.
De welwillende heerser werd door al zijn onderdanen geliefd.
/ɪˈreɪ.sɚ/
(noun) gum, wisser
Voorbeeld:
Can I borrow your eraser to correct this mistake?
Mag ik je gum lenen om deze fout te corrigeren?
/ˈnoʊt.bʊk/
(noun) notitieboekje, schrift, notebook
Voorbeeld:
She always carries a small notebook to jot down ideas.
Ze draagt altijd een klein notitieboekje om ideeën op te schrijven.