Avatar of Vocabulary Set Top 76 - 100 Adverbs

Vocabulaireverzameling Top 76 - 100 Adverbs in 500 meest voorkomende Engelse bijwoorden: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Top 76 - 100 Adverbs' in '500 meest voorkomende Engelse bijwoorden' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

simply

/ˈsɪm.pli/

(adverb) eenvoudig, simpelweg, gewoon

Voorbeeld:

She dressed simply for the casual event.
Ze kleedde zich eenvoudig voor het informele evenement.

that

/ðæt/

(determiner) die, dat;

(pronoun) dat, die;

(adverb) zo, zodanig;

(conjunction) dat, die

Voorbeeld:

Look at that beautiful sunset!
Kijk naar die prachtige zonsondergang!

absolutely

/ˌæb.səˈluːt.li/

(adverb) absoluut, volledig, zeker

Voorbeeld:

You are absolutely right.
Je hebt absoluut gelijk.

no

/noʊ/

(determiner) geen;

(exclamation) nee;

(noun) nee, afwijzing

Voorbeeld:

There is no milk left in the fridge.
Er is geen melk meer over in de koelkast.

early

/ˈɝː.li/

(adjective) vroeg, beginnend;

(adverb) vroeg, in het begin

Voorbeeld:

She arrived early for the meeting.
Ze kwam vroeg aan voor de vergadering.

less

/les/

(determiner) minder;

(adverb) minder

Voorbeeld:

I have less money than you.
Ik heb minder geld dan jij.

below

/bɪˈloʊ/

(preposition) onder, hieronder, onderaan;

(adverb) beneden, onder

Voorbeeld:

The sun disappeared below the horizon.
De zon verdween onder de horizon.

certainly

/ˈsɝː.tən.li/

(adverb) zeker, beslist, uiteraard

Voorbeeld:

I will certainly be there on time.
Ik zal er zeker op tijd zijn.

perhaps

/pɚˈhæps/

(adverb) misschien, wellicht

Voorbeeld:

Perhaps it will rain tomorrow.
Misschien regent het morgen.

home

/hoʊm/

(noun) thuis, huis, thuisland;

(adverb) thuis, naar huis;

(adjective) thuis, huiselijk;

(verb) terugkeren, richten

Voorbeeld:

I'm going home for the holidays.
Ik ga naar huis voor de feestdagen.

eventually

/ɪˈven.tʃu.ə.li/

(adverb) uiteindelijk, tenslotte

Voorbeeld:

After years of hard work, she eventually achieved her dream.
Na jaren van hard werken bereikte ze uiteindelijk haar droom.

super

/ˈsuː.pɚ/

(adjective) super, geweldig;

(adverb) super, extreem;

(prefix) boven, over, voorbij

Voorbeeld:

We had a super time at the party.
We hadden een super tijd op het feest.

totally

/ˈtoʊ.t̬əl.i/

(adverb) helemaal, volledig, absoluut

Voorbeeld:

I'm totally exhausted after that long flight.
Ik ben helemaal uitgeput na die lange vlucht.

hard

/hɑːrd/

(adjective) hard, stevig, moeilijk;

(adverb) hard, intens, moeilijk

Voorbeeld:

The ground was hard from the frost.
De grond was hard van de vorst.

forward

/ˈfɔːr.wɚd/

(adverb) vooruit, naar voren, verder;

(adjective) voorwaarts, voorste, brutaal;

(verb) doorsturen, verzenden;

(noun) aanvaller, spits

Voorbeeld:

Please move forward to make space for others.
Ga alstublieft naar voren om ruimte te maken voor anderen.

instead

/ɪnˈsted/

(adverb) in plaats daarvan, in de plaats

Voorbeeld:

I don't want coffee; I'll have tea instead.
Ik wil geen koffie; ik neem thee in plaats daarvan.

inside

/ˈɪn.saɪd/

(noun) binnenkant, interieur;

(adverb) binnen, binnenin;

(adjective) binnenste, intern;

(preposition) binnenin, in

Voorbeeld:

The inside of the box was empty.
De binnenkant van de doos was leeg.

next

/nekst/

(adjective) volgende, hierna, naast;

(adverb) vervolgens, daarna

Voorbeeld:

What are you doing next?
Wat ga je hierna doen?

all the time

/ɔːl ðə taɪm/

(phrase) altijd, voortdurend

Voorbeeld:

He complains about his job all the time.
Hij klaagt altijd over zijn baan.

easily

/ˈiː.zəl.i/

(adverb) gemakkelijk, eenvoudig, veruit

Voorbeeld:

She can easily lift that box.
Ze kan die doos gemakkelijk optillen.

immediately

/ɪˈmiː.di.ət.li/

(adverb) onmiddellijk, direct, meteen

Voorbeeld:

Please respond immediately.
Gelieve onmiddellijk te reageren.

particularly

/pɚˈtɪk.jə.lɚ.li/

(adverb) bijzonder, vooral, in het bijzonder

Voorbeeld:

I'm not particularly fond of spicy food.
Ik ben niet bijzonder dol op pittig eten.

somewhere

/ˈsʌm.wer/

(adverb) ergens, ongeveer, rond

Voorbeeld:

I left my keys somewhere in the house.
Ik heb mijn sleutels ergens in huis laten liggen.

literally

/ˈlɪt̬.ɚ.əl.i/

(adverb) letterlijk, precies, echt

Voorbeeld:

I was literally starving after not eating all day.
Ik stierf letterlijk van de honger nadat ik de hele dag niets had gegeten.

greatly

/ˈɡreɪt.li/

(adverb) aanzienlijk, erg

Voorbeeld:

Her performance has greatly improved.
Haar prestaties zijn aanzienlijk verbeterd.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland