Avatar of Vocabulary Set Top 251 - 275 Adjectives

Vocabulaireverzameling Top 251 - 275 Adjectives in 500 Meest Voorkomende Engelse Bijvoeglijke Naamwoorden: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Top 251 - 275 Adjectives' in '500 Meest Voorkomende Engelse Bijvoeglijke Naamwoorden' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

yellow

/ˈjel.oʊ/

(noun) geel, gele kleurstof, geel pigment;

(adjective) geel, laf, bang;

(verb) vergelen, geel worden

Voorbeeld:

The sun is a bright yellow.
De zon is helder geel.

weak

/wiːk/

(adjective) zwak, ondoeltreffend, breekbaar

Voorbeeld:

After the illness, he felt very weak.
Na de ziekte voelde hij zich erg zwak.

extreme

/ɪkˈstriːm/

(adjective) extreem, uiterst, uiterste;

(noun) uiterste, extreem

Voorbeeld:

The weather conditions were extreme.
De weersomstandigheden waren extreem.

straight

/streɪt/

(adjective) recht, steil, eerlijk;

(adverb) recht, rechtdoor, direct;

(noun) recht stuk, rechte lijn

Voorbeeld:

Draw a straight line across the page.
Trek een rechte lijn over de pagina.

concerned

/kənˈsɝːnd/

(adjective) bezorgd, bekommerd, betrokken

Voorbeeld:

She was very concerned about her son's health.
Ze was erg bezorgd over de gezondheid van haar zoon.

essential

/ɪˈsen.ʃəl/

(adjective) essentieel, noodzakelijk, wezenlijk;

(noun) essentiële zaken, benodigdheden

Voorbeeld:

Water is essential for life.
Water is essentieel voor het leven.

smooth

/smuːð/

(adjective) glad, egaal, soepel;

(verb) gladstrijken, egaliseren, verzachten;

(adverb) soepel, glad

Voorbeeld:

The stone was worn smooth by the river.
De steen was glad gesleten door de rivier.

mental

/ˈmen.təl/

(adjective) mentaal, geestelijk, geestelijk ziek;

(noun) geestelijk zieke, patiënt met psychische aandoening

Voorbeeld:

She's suffering from mental fatigue.
Ze lijdt aan mentale vermoeidheid.

proper

/ˈprɑː.pɚ/

(adjective) echt, juist, gepast;

(adverb) helemaal, echt

Voorbeeld:

We didn't have a proper conversation.
We hebben geen echt gesprek gehad.

surprised

/sɚˈpraɪzd/

(adjective) verrast, verbaasd

Voorbeeld:

She was genuinely surprised by the news.
Ze was oprecht verrast door het nieuws.

international

/ˌɪn.t̬ɚˈnæʃ.ən.əl/

(adjective) internationaal;

(noun) interland, internationale wedstrijd

Voorbeeld:

The United Nations is an international organization.
De Verenigde Naties is een internationale organisatie.

awake

/əˈweɪk/

(adjective) wakker;

(verb) ontwaken, wakker worden

Voorbeeld:

I was still awake when the sun rose.
Ik was nog steeds wakker toen de zon opkwam.

German

/ˈdʒɝː.mən/

(noun) Duitser, Duitsers, Duits;

(adjective) Duits

Voorbeeld:

He is a German who moved to Canada.
Hij is een Duitser die naar Canada verhuisde.

Russian

/ˈrʌʃ.ən/

(adjective) Russisch;

(noun) Russisch, Rus, Russin

Voorbeeld:

She is studying the Russian language.
Ze studeert de Russische taal.

scary

/ˈsker.i/

(adjective) eng, griezelig

Voorbeeld:

The movie was really scary.
De film was echt eng.

constant

/ˈkɑːn.stənt/

(adjective) constant, voortdurend, onveranderlijk;

(noun) constante

Voorbeeld:

The machine makes a constant humming noise.
De machine maakt een constant zoemend geluid.

fancy

/ˈfæn.si/

(adjective) chique, uitgebreid, luxueus;

(verb) zin hebben in, houden van, zich voorstellen;

(noun) gril, fantasie, lust

Voorbeeld:

She wore a fancy dress to the ball.
Ze droeg een chique jurk naar het bal.

scared

/skerd/

(adjective) bang, angstig

Voorbeeld:

She was scared of the dark.
Ze was bang in het donker.

scientific

/ˌsaɪ.ənˈtɪf.ɪk/

(adjective) wetenschappelijk

Voorbeeld:

The researchers conducted a scientific study on climate change.
De onderzoekers voerden een wetenschappelijke studie uit naar klimaatverandering.

quiet

/ˈkwaɪ.ət/

(adjective) stil, rustig, kalm;

(verb) kalmeren, tot rust komen;

(adverb) stil, rustig

Voorbeeld:

The library is a very quiet place.
De bibliotheek is een zeer rustige plek.

sudden

/ˈsʌd.ən/

(adjective) plotseling, abrupt

Voorbeeld:

There was a sudden change in the weather.
Er was een plotselinge weersverandering.

intense

/ɪnˈtens/

(adjective) intens, hevig, sterk

Voorbeeld:

The heat was so intense that we had to stay indoors.
De hitte was zo intens dat we binnen moesten blijven.

excellent

/ˈek.səl.ənt/

(adjective) uitstekend, voortreffelijk

Voorbeeld:

The food at the restaurant was excellent.
Het eten in het restaurant was uitstekend.

loud

/laʊd/

(adjective) luid, hard, opzichtig;

(adverb) luid, hard

Voorbeeld:

The music was too loud.
De muziek was te hard.

digital

/ˈdɪdʒ.ə.t̬əl/

(adjective) digitaal, vinger-

Voorbeeld:

The company is investing heavily in digital transformation.
Het bedrijf investeert zwaar in digitale transformatie.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland