Avatar of Vocabulary Set Technologie en internet

Vocabulaireverzameling Technologie en internet in Niveau C2: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Technologie en internet' in 'Niveau C2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

text-to-speech

/ˌtekst tə ˈspiːtʃ/

(noun) tekst-naar-spraak, spraakgeneratie

Voorbeeld:

The new app features advanced text-to-speech capabilities.
De nieuwe app beschikt over geavanceerde tekst-naar-spraak mogelijkheden.

plug and play

/ˌplʌɡ ən ˈpleɪ/

(adjective) plug-and-play, direct bruikbaar

Voorbeeld:

The new printer is plug and play, so installation was a breeze.
De nieuwe printer is plug-and-play, dus de installatie was een fluitje van een cent.

dongle

/ˈdɑːŋ.ɡəl/

(noun) dongle, adapter

Voorbeeld:

I need a USB dongle to connect my wireless mouse.
Ik heb een USB-dongle nodig om mijn draadloze muis aan te sluiten.

palmtop

/ˈpɑːm.tɑːp/

(noun) palmtop, zakcomputer

Voorbeeld:

He used his palmtop to check his emails on the go.
Hij gebruikte zijn palmtop om onderweg zijn e-mails te controleren.

encryption

/ɪnˈkrip.ʃən/

(noun) encryptie, versleuteling

Voorbeeld:

The company uses strong encryption to protect customer data.
Het bedrijf gebruikt sterke encryptie om klantgegevens te beschermen.

algorithm

/ˈæl.ɡə.rɪ.ðəm/

(noun) algoritme

Voorbeeld:

The search engine uses a complex algorithm to rank websites.
De zoekmachine gebruikt een complex algoritme om websites te rangschikken.

bootstrap

/ˈbuːt.stræp/

(noun) laarslus, treklus, bootstrap;

(verb) bootstrappen, zelfstandig opstarten

Voorbeeld:

He grabbed the bootstrap to pull on his cowboy boot.
Hij pakte de laarslus om zijn cowboylaars aan te trekken.

latency

/ˈleɪ.tən.si/

(noun) latentie, incubatietijd, vertraging

Voorbeeld:

The virus can remain in latency for years before becoming active.
Het virus kan jarenlang in latentie blijven voordat het actief wordt.

interoperability

/ˌɪn.t̬ɚ.ɑː.pɚ.əˈbɪl.ə.t̬i/

(noun) interoperabiliteit

Voorbeeld:

The new software ensures better interoperability between different platforms.
De nieuwe software zorgt voor betere interoperabiliteit tussen verschillende platforms.

application programming interface

/ˌæplɪˈkeɪʃən ˈproʊɡræmɪŋ ˈɪntərfeɪs/

(noun) Application Programming Interface, API

Voorbeeld:

Developers use an Application Programming Interface to integrate different software systems.
Ontwikkelaars gebruiken een Application Programming Interface om verschillende softwaresystemen te integreren.

bandwidth

/ˈbænd.wɪtθ/

(noun) bandbreedte, mentale capaciteit, tijd

Voorbeeld:

The internet connection has high bandwidth.
De internetverbinding heeft een hoge bandbreedte.

local area network

/ˌloʊ.kəl ˌer.iə ˈnet.wɜːrk/

(noun) lokaal netwerk, LAN

Voorbeeld:

The office uses a local area network to share files and printers.
Het kantoor gebruikt een lokaal netwerk om bestanden en printers te delen.

host

/hoʊst/

(noun) gastheer, gastvrouw, menigte;

(verb) hosten, organiseren, onderbrengen

Voorbeeld:

Our host greeted us warmly at the door.
Onze gastheer begroette ons hartelijk bij de deur.

courseware

/ˈkɔːrs.wer/

(noun) cursussoftware, leermateriaal

Voorbeeld:

The university is developing new courseware for its online programs.
De universiteit ontwikkelt nieuwe cursussoftware voor haar online programma's.

Trojan horse

/ˌtroʊdʒən ˈhɔːrs/

(noun) Trojaans paard, Trojaans paard (malware)

Voorbeeld:

The new employee turned out to be a Trojan horse, leaking company secrets to competitors.
De nieuwe werknemer bleek een Trojaans paard te zijn, die bedrijfsgeheimen lekte aan concurrenten.

configure

/kənˈfɪɡ.jɚ/

(verb) configureren, instellen

Voorbeeld:

You need to configure the network settings before connecting to the internet.
U moet de netwerkinstellingen configureren voordat u verbinding maakt met internet.

ping

/pɪŋ/

(noun) ping, kling, netwerksignaal;

(verb) pingen, klinken, controleren op aanwezigheid

Voorbeeld:

The microwave made a loud ping when the food was ready.
De magnetron maakte een luide ping toen het eten klaar was.

augmented reality

/ɔːɡˈmɛntɪd riˈælɪti/

(noun) augmented reality, verhoogde realiteit

Voorbeeld:

Many new mobile games are using augmented reality to enhance the user experience.
Veel nieuwe mobiele games gebruiken augmented reality om de gebruikerservaring te verbeteren.

automate

/ˈɑː.t̬ə.meɪt/

(verb) automatiseren

Voorbeeld:

The factory decided to automate its assembly line to increase efficiency.
De fabriek besloot de assemblagelijn te automatiseren om de efficiëntie te verhogen.

back end

/ˈbæk end/

(noun) back-end, achterkant, laatste deel

Voorbeeld:

Our developers are working on improving the back end of the website.
Onze ontwikkelaars werken aan het verbeteren van de back-end van de website.

front end

/ˈfrʌnt ˌend/

(noun) front-end, gebruikersinterface, voorkant;

(adjective) front-end, aanvankelijk

Voorbeeld:

The new website has a much improved front end.
De nieuwe website heeft een veel verbeterde front-end.

cracker

/ˈkræk.ɚ/

(noun) cracker, zoutje, rotje

Voorbeeld:

She spread cheese on a cracker.
Ze smeerde kaas op een cracker.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland