Vocabulaireverzameling Kleding en Mode in Niveau C2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Kleding en Mode' in 'Niveau C2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) haute couture, hogere mode
Voorbeeld:
(noun) luilak, lanterfanter, instapper
Voorbeeld:
(noun) kaftan
Voorbeeld:
(noun) brokaat;
(verb) brokateren, weven met patroon
Voorbeeld:
(noun) herenmodezaak, fourniturenzaak, fournituren
Voorbeeld:
(noun) jacquard, jacquardstof
Voorbeeld:
(noun) peplum, schootje
Voorbeeld:
(noun) juk, verbinding, band;
(verb) jukken, spannen, verbinden
Voorbeeld:
(noun) paisley, paisleypatroon;
(adjective) paisley, met paisleypatroon
Voorbeeld:
(noun) wimpel, nonnenkap;
(verb) golven, wimpelen
Voorbeeld:
(noun) taffeta, taft
Voorbeeld:
(noun) kleding, gewaad
Voorbeeld:
(noun) modiste, modeontwerpster
Voorbeeld:
(noun) reticule, handtasje
Voorbeeld:
(noun) modisterij, hoedenmakerij, dameshoeden
Voorbeeld:
(noun) filigraan, draadwerk;
(verb) filigraneren, met filigraan versieren
Voorbeeld:
(noun) panache, flair, elan
Voorbeeld:
(noun) crinoline, hoepelrok
Voorbeeld:
(adjective) op maat gemaakt, maatwerk;
(verb) op maat maken, aanpassen
Voorbeeld:
(adjective) kleed, kleding, mode
Voorbeeld:
(adjective) gewatteerd, gestikt
Voorbeeld:
(adjective) gerimpeld, geplooid
Voorbeeld:
(adjective) netjes, elegant
Voorbeeld:
(adjective) de rigueur, verplicht
Voorbeeld: