Avatar of Vocabulary Set B2 - Je lichaam is een tempel!

Vocabulaireverzameling B2 - Je lichaam is een tempel! in Niveau B2: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'B2 - Je lichaam is een tempel!' in 'Niveau B2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

electric razor

/ɪˌlek.trɪk ˈreɪ.zər/

(noun) elektrisch scheerapparaat

Voorbeeld:

He prefers using an electric razor for a quick shave.
Hij gebruikt liever een elektrisch scheerapparaat voor een snelle scheerbeurt.

shaver

/ˈʃeɪ.vɚ/

(noun) scheerapparaat, scheerder, persoon die scheert

Voorbeeld:

He used an electric shaver for a quick and clean shave.
Hij gebruikte een elektrisch scheerapparaat voor een snelle en gladde scheerbeurt.

sunscreen

/ˈsʌn.skriːn/

(noun) zonnebrandcrème, zonnebrandmiddel

Voorbeeld:

Don't forget to apply sunscreen before going to the beach.
Vergeet niet zonnebrandcrème aan te brengen voordat je naar het strand gaat.

shampoo

/ʃæmˈpuː/

(noun) shampoo;

(verb) wassen met shampoo, shampooën

Voorbeeld:

I need to buy a new bottle of shampoo.
Ik moet een nieuwe fles shampoo kopen.

conditioner

/kənˈdɪʃ.ən.ɚ/

(noun) conditioner, haarconditioner, regelaar

Voorbeeld:

After shampooing, apply a generous amount of conditioner to your hair.
Na het wassen met shampoo, breng een royale hoeveelheid conditioner aan op je haar.

balm

/bɑːm/

(noun) balsem, zalf, troost

Voorbeeld:

She applied a soothing balm to her chapped lips.
Ze bracht een verzachtende balsem aan op haar schrale lippen.

lotion

/ˈloʊ.ʃən/

(noun) lotion, balsem

Voorbeeld:

She applied moisturizing lotion to her dry skin.
Ze bracht hydraterende lotion aan op haar droge huid.

cosmetics

/kɑzˈmet̬·ɪks/

(plural noun) cosmetica, schoonheidsproducten

Voorbeeld:

She always carries a small bag of cosmetics in her purse.
Ze draagt altijd een klein tasje met cosmetica in haar handtas.

make-up

/ˈmeɪk.ʌp/

(noun) make-up, cosmetica, samenstelling

Voorbeeld:

She spent an hour putting on her make-up.
Ze bracht een uur door met het aanbrengen van haar make-up.

gel

/dʒel/

(noun) gel;

(verb) geleren, stollen, uitpakken

Voorbeeld:

She applied a small amount of hair gel to style her bangs.
Ze bracht een kleine hoeveelheid haargel aan om haar pony te stylen.

hairspray

/ˈher.spreɪ/

(noun) haarlak

Voorbeeld:

She used a lot of hairspray to keep her updo perfect.
Ze gebruikte veel haarlak om haar opgestoken haar perfect te houden.

eyeliner

/ˈaɪˌlaɪ.nɚ/

(noun) eyeliner, oogpotlood

Voorbeeld:

She carefully applied her liquid eyeliner.
Ze bracht haar vloeibare eyeliner zorgvuldig aan.

eyeshadow

/ˈaɪ.ʃæd.oʊ/

(noun) oogschaduw

Voorbeeld:

She applied a shimmery blue eyeshadow to her eyelids.
Ze bracht een glinsterende blauwe oogschaduw aan op haar oogleden.

blush

/blʌʃ/

(verb) blozen, rood worden;

(noun) blos, roodheid

Voorbeeld:

She blushed when he complimented her dress.
Ze bloosde toen hij haar jurk complimenteerde.

concealer

/kənˈsiː.lɚ/

(noun) concealer

Voorbeeld:

She applied concealer under her eyes to hide her dark circles.
Ze bracht concealer aan onder haar ogen om haar donkere kringen te verbergen.

face powder

/ˈfeɪs ˌpaʊ.dər/

(noun) gezichtspoeder, poeder

Voorbeeld:

She lightly dusted her nose with face powder.
Ze poederde haar neus lichtjes met gezichtspoeder.

foundation

/faʊnˈdeɪ.ʃən/

(noun) fundering, basis, grondslag

Voorbeeld:

The house has a strong concrete foundation.
Het huis heeft een sterke betonnen fundering.

lip gloss

/ˈlɪp ɡlɔːs/

(noun) lipgloss

Voorbeeld:

She applied a clear lip gloss to her lips.
Ze bracht een transparante lipgloss aan op haar lippen.

lipstick

/ˈlɪp.stɪk/

(noun) lippenstift

Voorbeeld:

She applied a bright red lipstick before going out.
Ze deed felrode lippenstift op voordat ze uitging.

mascara

/mæsˈker.ə/

(noun) mascara, wimperverf

Voorbeeld:

She applied a coat of mascara to her lashes.
Ze bracht een laagje mascara aan op haar wimpers.

nail polish

/ˈneɪl ˌpɑː.lɪʃ/

(noun) nagellak

Voorbeeld:

She chose a bright red nail polish for her manicure.
Ze koos een felrode nagellak voor haar manicure.

face mask

/ˈfeɪs mæsk/

(noun) gezichtsmasker, mondkapje, masker

Voorbeeld:

During the pandemic, wearing a face mask became mandatory in public places.
Tijdens de pandemie werd het dragen van een gezichtsmasker verplicht op openbare plaatsen.

dye

/daɪ/

(noun) verf, kleurstof;

(verb) verven, kleuren

Voorbeeld:

She used a dark brown dye to color her hair.
Ze gebruikte een donkerbruine verf om haar haar te kleuren.

tweezers

/ˈtwiː.zɚz/

(plural noun) pincet

Voorbeeld:

She used tweezers to pluck her eyebrows.
Ze gebruikte een pincet om haar wenkbrauwen te epileren.

clipper

/ˈklɪp.ɚ/

(noun) klipper, zeilschip, knipper

Voorbeeld:

The tea clipper raced across the ocean.
De theeklipper racete over de oceaan.

clippers

/ˈklɪp.ɚz/

(noun) tondeuse, knipper, klipper

Voorbeeld:

She used hair clippers to give her son a buzz cut.
Ze gebruikte haartondeuse om haar zoon een buzz cut te geven.

cologne

/kəˈloʊn/

(noun) eau de cologne, herenparfum, Keulen (stad in Duitsland)

Voorbeeld:

He applied a splash of cologne before leaving for the party.
Hij deed een scheutje eau de cologne op voordat hij naar het feest ging.

deodorant

/diˈoʊ.dɚ.ənt/

(noun) deodorant

Voorbeeld:

She applied deodorant before leaving for work.
Ze deed deodorant op voordat ze naar haar werk ging.

mouthwash

/ˈmaʊθ.wɑːʃ/

(noun) mondwater, mondspoeling

Voorbeeld:

She used mouthwash after brushing her teeth.
Ze gebruikte mondwater na het tandenpoetsen.

dental floss

/ˈden.təl flɑːs/

(noun) flosdraad, tandfloss

Voorbeeld:

Remember to use dental floss daily for better oral hygiene.
Vergeet niet dagelijks flosdraad te gebruiken voor een betere mondhygiëne.

nail file

/ˈneɪl faɪl/

(noun) nagelvijl

Voorbeeld:

She used a nail file to smooth the rough edges of her manicure.
Ze gebruikte een nagelvijl om de ruwe randen van haar manicure glad te maken.

cotton swab

/ˈkɑː.tən swɑːb/

(noun) wattenstaafje

Voorbeeld:

She used a cotton swab to clean the baby's ears.
Ze gebruikte een wattenstaafje om de oren van de baby schoon te maken.

tampon

/ˈtæm.pɑːn/

(noun) tampon

Voorbeeld:

The nurse used a sterile tampon to clean the wound.
De verpleegster gebruikte een steriele tampon om de wond schoon te maken.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland