Vocabulaireverzameling B1 - Natuur en Regio's in Niveau B1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'B1 - Natuur en Regio's' in 'Niveau B1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) regio, gebied, streek
Voorbeeld:
(noun) land, grond, perceel;
(verb) landen, neerlaten, bemachtigen
Voorbeeld:
(noun) hoogland, bergland;
(adjective) hoogland, bergachtig
Voorbeeld:
(noun) bosland, bosgebied;
(adjective) bosrijk, bos-
Voorbeeld:
(noun) jungle, oerwoud, meute
Voorbeeld:
(noun) weide, grasland
Voorbeeld:
(noun) bergketen, gebergte
Voorbeeld:
(noun) grot, spelonk;
(verb) zwichten, toegeven
Voorbeeld:
(noun) klif, rotswand
Voorbeeld:
(adjective) bergachtig, gigantisch, enorm
Voorbeeld:
(adjective) rotsachtig, steenachtig, wankel
Voorbeeld:
(noun) kloof, canyon
Voorbeeld:
(noun) waterval
Voorbeeld:
(noun) bank, oever, wal;
(verb) storten, bankieren, ophopen
Voorbeeld:
(noun) kustlijn
Voorbeeld:
(noun) zand;
(verb) schuren, gladschuren
Voorbeeld:
(noun) kanaal, vaarweg
Voorbeeld:
(noun) kanaal, waterweg, richting;
(verb) kanaliseren, leiden, uitdrukken
Voorbeeld:
(noun) zeeniveau
Voorbeeld:
(noun) modder, slijk;
(verb) modderen, besmeuren met modder
Voorbeeld:
(noun) nationaal park
Voorbeeld:
(adjective) Antarctisch
Voorbeeld:
(noun) Noordpoolgebied, Arctische regio;
(adjective) Arctisch, pool-, ijskoud
Voorbeeld:
(noun) vulkaan
Voorbeeld:
(noun) locatie, plek, locatiebepaling
Voorbeeld: