Avatar of Vocabulary Set B1 - Natuur en Regio's

Vocabulaireverzameling B1 - Natuur en Regio's in Niveau B1: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'B1 - Natuur en Regio's' in 'Niveau B1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

region

/ˈriː.dʒən/

(noun) regio, gebied, streek

Voorbeeld:

The Amazon region is known for its biodiversity.
Het Amazonegebied staat bekend om zijn biodiversiteit.

land

/lænd/

(noun) land, grond, perceel;

(verb) landen, neerlaten, bemachtigen

Voorbeeld:

The ship finally reached land after a long journey.
Het schip bereikte eindelijk land na een lange reis.

highland

/ˈhaɪ.lənd/

(noun) hoogland, bergland;

(adjective) hoogland, bergachtig

Voorbeeld:

The sheep graze on the highland pastures.
De schapen grazen op de hooglandweiden.

woodland

/ˈwʊd.lənd/

(noun) bosland, bosgebied;

(adjective) bosrijk, bos-

Voorbeeld:

The children enjoyed playing in the woodland behind their house.
De kinderen genoten van het spelen in het bosland achter hun huis.

jungle

/ˈdʒʌŋ.ɡəl/

(noun) jungle, oerwoud, meute

Voorbeeld:

The explorers ventured deep into the dense jungle.
De ontdekkingsreizigers waagden zich diep in de dichte jungle.

meadow

/ˈmed.oʊ/

(noun) weide, grasland

Voorbeeld:

Cows were grazing peacefully in the green meadow.
Koeien graasden vredig in de groene weide.

mountain range

/ˈmaʊn.tɪn ˌreɪndʒ/

(noun) bergketen, gebergte

Voorbeeld:

The Himalayas are the world's highest mountain range.
De Himalaya is 's werelds hoogste bergketen.

cave

/keɪv/

(noun) grot, spelonk;

(verb) zwichten, toegeven

Voorbeeld:

The explorers discovered a hidden cave behind the waterfall.
De ontdekkingsreizigers ontdekten een verborgen grot achter de waterval.

cliff

/klɪf/

(noun) klif, rotswand

Voorbeeld:

The house stood on a cliff overlooking the ocean.
Het huis stond op een klif met uitzicht op de oceaan.

mountainous

/ˈmaʊn.tən.əs/

(adjective) bergachtig, gigantisch, enorm

Voorbeeld:

The region is very mountainous, making travel difficult.
De regio is erg bergachtig, wat reizen moeilijk maakt.

rocky

/ˈrɑː.ki/

(adjective) rotsachtig, steenachtig, wankel

Voorbeeld:

The path was steep and rocky.
Het pad was steil en rotsachtig.

canyon

/ˈkæn.jən/

(noun) kloof, canyon

Voorbeeld:

The Grand Canyon is a natural wonder.
De Grand Canyon is een natuurwonder.

waterfall

/ˈwɑː.t̬ɚ.fɑːl/

(noun) waterval

Voorbeeld:

The majestic waterfall cascaded down the cliff.
De majestueuze waterval stortte van de klif.

bank

/bæŋk/

(noun) bank, oever, wal;

(verb) storten, bankieren, ophopen

Voorbeeld:

I need to go to the bank to deposit a check.
Ik moet naar de bank om een cheque te storten.

coastline

/ˈkoʊst.laɪn/

(noun) kustlijn

Voorbeeld:

The rugged coastline of California is famous for its scenic beauty.
De ruige kustlijn van Californië is beroemd om zijn schilderachtige schoonheid.

sand

/sænd/

(noun) zand;

(verb) schuren, gladschuren

Voorbeeld:

The children played in the sand on the beach.
De kinderen speelden in het zand op het strand.

canal

/kəˈnæl/

(noun) kanaal, vaarweg

Voorbeeld:

The Panama Canal connects the Atlantic and Pacific Oceans.
Het Panamakanaal verbindt de Atlantische en Stille Oceaan.

channel

/ˈtʃæn.əl/

(noun) kanaal, waterweg, richting;

(verb) kanaliseren, leiden, uitdrukken

Voorbeeld:

What channel is the news on?
Op welk kanaal is het nieuws?

sea level

/ˈsiː ˌlev.əl/

(noun) zeeniveau

Voorbeeld:

Mount Everest is 8,848 meters above sea level.
Mount Everest ligt 8.848 meter boven zeeniveau.

mud

/mʌd/

(noun) modder, slijk;

(verb) modderen, besmeuren met modder

Voorbeeld:

The car got stuck in the deep mud.
De auto kwam vast te zitten in de diepe modder.

national park

/ˌnæʃ.ən.əl ˈpɑːrk/

(noun) nationaal park

Voorbeeld:

Yellowstone is the first national park in the world.
Yellowstone is het eerste nationale park ter wereld.

Antarctic

/ænˈtɑːrk.tɪk/

(adjective) Antarctisch

Voorbeeld:

The expedition explored the vast Antarctic continent.
De expeditie verkende het uitgestrekte Antarctische continent.

Arctic

/ˈɑːrk.tɪk/

(noun) Noordpoolgebied, Arctische regio;

(adjective) Arctisch, pool-, ijskoud

Voorbeeld:

The expedition explored the remote areas of the Arctic.
De expeditie verkende de afgelegen gebieden van het Noordpoolgebied.

volcano

/vɑːlˈkeɪ.noʊ/

(noun) vulkaan

Voorbeeld:

Mount Etna is an active volcano in Italy.
De Etna is een actieve vulkaan in Italië.

location

/loʊˈkeɪ.ʃən/

(noun) locatie, plek, locatiebepaling

Voorbeeld:

The restaurant has a great location overlooking the sea.
Het restaurant heeft een geweldige locatie met uitzicht op zee.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland