Avatar of Vocabulary Set B1 - Hobby's

Vocabulaireverzameling B1 - Hobby's in Niveau B1: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'B1 - Hobby's' in 'Niveau B1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

pastime

/ˈpæs.taɪm/

(noun) tijdverdrijf, hobby

Voorbeeld:

Reading is her favorite pastime.
Lezen is haar favoriete tijdverdrijf.

leisure

/ˈliː.ʒɚ/

(noun) vrije tijd, ontspanning

Voorbeeld:

He spends his leisure time reading books.
Hij besteedt zijn vrije tijd aan het lezen van boeken.

backpacking

/ˈbækˌpæk.ɪŋ/

(noun) backpacken, rugzakreizen;

(verb) backpacken, rugzakreizen

Voorbeeld:

They went backpacking through Europe for three months.
Ze gingen drie maanden backpacken door Europa.

birdwatching

/ˈbɝːdˌwɑː.tʃɪŋ/

(noun) vogelspotten

Voorbeeld:

My grandfather enjoys birdwatching every morning in the park.
Mijn grootvader geniet elke ochtend van vogelspotten in het park.

blogging

/ˈblɑː.ɡɪŋ/

(noun) bloggen;

(verb) bloggend, aan het bloggen

Voorbeeld:

She started blogging about her travel experiences.
Ze begon te bloggen over haar reiservaringen.

cheerleading

/ˈtʃɪrˌliː.dɪŋ/

(noun) cheerleading, aanmoedigen, aanmoediging

Voorbeeld:

She joined the cheerleading squad in high school.
Ze sloot zich aan bij het cheerleadingteam op de middelbare school.

clubbing

/ˈklʌb.ɪŋ/

(noun) clubben, uitgaan;

(verb) slaan, knuppelen

Voorbeeld:

We went clubbing last night and had a great time.
We zijn gisteravond gaan clubben en hebben het geweldig gehad.

collecting

/kəˈlektɪŋ/

(noun) verzamelen, collectie;

(verb) verzamelen, ophalen;

(adjective) onder rembours, collect call

Voorbeeld:

Stamp collecting is a popular hobby.
Postzegels verzamelen is een populaire hobby.

doodle

/ˈduː.dəl/

(noun) krabbel, tekeningetje;

(verb) krabbelen, tekenen

Voorbeeld:

He made a quick doodle on the napkin while talking on the phone.
Hij maakte een snelle krabbel op het servet terwijl hij aan het telefoneren was.

gambling

/ˈɡæm.blɪŋ/

(noun) gokken, kansspelen, risico nemen;

(verb) gokkend, weddend

Voorbeeld:

He lost all his savings due to his addiction to gambling.
Hij verloor al zijn spaargeld door zijn verslaving aan gokken.

hunting

/ˈhʌn.t̬ɪŋ/

(noun) jacht;

(verb) jagen, zoeken

Voorbeeld:

Deer hunting is popular in this region during the fall.
Hertenjacht is populair in deze regio tijdens de herfst.

journaling

/ˈdʒɜːr.nəl.ɪŋ/

(noun) journaling, dagboek bijhouden;

(verb) journaling, dagboek schrijven

Voorbeeld:

She finds daily journaling to be a therapeutic practice.
Ze vindt dagelijks journaling een therapeutische praktijk.

karting

/ˈkɑːr.tɪŋ/

(noun) karten, karting

Voorbeeld:

We went karting last weekend and it was a lot of fun.
We zijn vorig weekend gaan karten en het was erg leuk.

knitting

/ˈnit̬.ɪŋ/

(noun) breien, breiwerk, gebreide stof

Voorbeeld:

She enjoys knitting in her free time.
Ze geniet van breien in haar vrije tijd.

meditation

/ˌmed.əˈteɪ.ʃən/

(noun) meditatie, overpeinzing

Voorbeeld:

She practices meditation daily to reduce stress.
Ze beoefent dagelijks meditatie om stress te verminderen.

mountain biking

/ˈmaʊn.tɪn ˌbaɪ.kɪŋ/

(noun) mountainbiken, mountainbike

Voorbeeld:

We went mountain biking in the Alps last summer.
We gingen afgelopen zomer mountainbiken in de Alpen.

origami

/ˌɔːr.ɪˈɡɑː.mi/

(noun) origami, papiervouwkunst

Voorbeeld:

She learned how to make a crane using origami.
Ze leerde hoe ze een kraanvogel moest maken met origami.

pottery

/ˈpɑː.t̬ɚ.i/

(noun) aardewerk, keramiek, pottenbakken

Voorbeeld:

She collected antique pottery from various countries.
Ze verzamelde antiek aardewerk uit verschillende landen.

scuba diving

/ˈskuː.bə ˌdaɪ.vɪŋ/

(noun) duiken, scubaduiken

Voorbeeld:

We went scuba diving in the Caribbean.
We gingen duiken in het Caribisch gebied.

sketching

/ˈsketʃɪŋ/

(noun) schetsen, schetstekenen;

(verb) schetsend, tekenend

Voorbeeld:

She enjoys sketching landscapes in her free time.
Ze geniet van het schetsen van landschappen in haar vrije tijd.

skydiving

/ˈskaɪˌdaɪ.vɪŋ/

(noun) skydiven, parachutespringen;

(verb) skydiven, parachutespringen

Voorbeeld:

She went skydiving for her 30th birthday.
Ze ging skydiven voor haar 30e verjaardag.

traveling

/ˈtræv.əl.ɪŋ/

(noun) reizen, het reizen;

(verb) reizend, onderweg;

(adjective) reis-, voor onderweg

Voorbeeld:

Traveling broadens the mind and offers new perspectives.
Reizen verruimt de geest en biedt nieuwe perspectieven.

window shopping

/ˈwɪn.doʊ ˌʃɑː.pɪŋ/

(noun) etalages kijken, windowshoppen

Voorbeeld:

On Saturday afternoons, we often go window shopping downtown.
Op zaterdagmiddag gaan we vaak etalages kijken in het centrum.

windsurfing

/ˈwɪndˌsɝː.fɪŋ/

(noun) windsurfen;

(verb) windsurfen

Voorbeeld:

She loves going windsurfing on the lake every summer.
Ze houdt ervan om elke zomer te gaan windsurfen op het meer.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland