Betekenis van het woord wintergreen in het Nederlands

Wat betekent wintergreen in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

wintergreen

US /ˈwɪn.t̬ɚ.ɡriːn/
UK /ˈwɪn.tə.ɡriːn/
"wintergreen" picture

Zelfstandig Naamwoord

1.

wintergroen, gaultheria

a low-growing evergreen shrub with white flowers and red berries, typically found in cool, wooded areas. Its leaves yield an aromatic oil.

Voorbeeld:
The forest floor was covered with patches of wintergreen.
De bosbodem was bedekt met plekken wintergroen.
She crushed a wintergreen leaf and inhaled its refreshing scent.
Ze verpletterde een wintergroen blad en inhaleerde de verfrissende geur.
2.

wintergroen, wintergroenolie

a flavoring extracted from the wintergreen plant, or a synthetic version of it, often used in candies, chewing gum, and medicines.

Voorbeeld:
The chewing gum had a strong wintergreen flavor.
De kauwgom had een sterke wintergroensmaak.
Many topical pain relievers contain oil of wintergreen.
Veel plaatselijke pijnstillers bevatten wintergroenolie.

Bijvoeglijk Naamwoord

wintergroen, met wintergroensmaak

having a fresh, minty, and slightly sweet flavor characteristic of wintergreen oil.

Voorbeeld:
The candy had a distinct wintergreen taste.
Het snoepje had een uitgesproken wintergroensmaak.
I prefer toothpaste with a wintergreen freshness.
Ik geef de voorkeur aan tandpasta met een wintergroene frisheid.