Betekenis van het woord tramp in het Nederlands
Wat betekent tramp in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
tramp
US /træmp/
UK /træmp/

Zelfstandig Naamwoord
1.
zwerver, landloper
a person who travels from place to place on foot in search of work or as a vagrant
Voorbeeld:
•
The old tramp walked along the dusty road, carrying all his possessions in a sack.
De oude zwerver liep langs de stoffige weg, al zijn bezittingen in een zak dragend.
•
He lived the life of a tramp, never settling in one place for long.
Hij leefde het leven van een zwerver, nooit lang op één plek blijvend.
2.
wandeling, mars
a long walk, especially a difficult one
Voorbeeld:
•
We went for a long tramp through the hills.
We maakten een lange wandeling door de heuvels.
•
The soldiers began their arduous tramp across the desert.
De soldaten begonnen hun zware mars door de woestijn.
Werkwoord
1.
stampen, lopen
walk heavily or noisily
Voorbeeld:
•
He heard someone tramping up the stairs.
Hij hoorde iemand de trap opstampen.
•
The children tramped through the mud, laughing.
De kinderen stampten lachend door de modder.
Leer dit woord op Lingoland