Betekenis van het woord throne in het Nederlands

Wat betekent throne in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

throne

US /θroʊn/
UK /θrəʊn/

Zelfstandig Naamwoord

1.

troon

a ceremonial chair for a sovereign, bishop, or similar dignitary

Voorbeeld:
The king sat on his magnificent throne.
De koning zat op zijn prachtige troon.
The queen ascended to the throne after her father's death.
De koningin besteeg de troon na de dood van haar vader.
2.

troon, koninklijke macht

the power or rank of a sovereign

Voorbeeld:
The prince was next in line to the throne.
De prins was de volgende in lijn voor de troon.
The struggle for the throne led to a civil war.
De strijd om de troon leidde tot een burgeroorlog.

Werkwoord

kronen, op de troon plaatsen

to enthrone; to place on a throne

Voorbeeld:
The new monarch was throned in a grand ceremony.
De nieuwe monarch werd gekroond in een grootse ceremonie.
He was throned as the head of the ancient kingdom.
Hij werd gekroond als hoofd van het oude koninkrijk.