Betekenis van het woord tamil in het Nederlands
Wat betekent tamil in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
tamil
US /ˈtæm.ɪl/
UK /ˈtæm.ɪl/
Zelfstandig Naamwoord
1.
Tamil, Tamils
a member of a people inhabiting parts of southern India and Sri Lanka.
Voorbeeld:
•
The Tamil diaspora is spread across the globe.
De Tamil diaspora is over de hele wereld verspreid.
•
Many Tamils live in the northern and eastern provinces of Sri Lanka.
Veel Tamils wonen in de noordelijke en oostelijke provincies van Sri Lanka.
2.
Tamil, Tamil taal
the Dravidian language of the Tamil people, spoken mainly in Tamil Nadu state of India and in Sri Lanka.
Voorbeeld:
•
She is learning to speak Tamil.
Ze leert Tamil spreken.
•
The book was translated from English into Tamil.
Het boek werd vertaald van het Engels naar het Tamil.
Bijvoeglijk Naamwoord
Tamil
relating to the Tamil people or their language.
Voorbeeld:
•
The region has a rich Tamil cultural heritage.
De regio heeft een rijk Tamil cultureel erfgoed.
•
They are studying Tamil literature.
Ze bestuderen Tamil literatuur.