Betekenis van het woord spurt in het Nederlands
Wat betekent spurt in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
spurt
US /spɝːt/
UK /spɜːt/
Zelfstandig Naamwoord
1.
spurt, uitbarsting, groeispurt
a sudden, brief burst of activity, effort, or speed
Voorbeeld:
•
He put on a sudden spurt of speed to win the race.
Hij zette een plotselinge spurt in om de race te winnen.
•
There was a spurt of growth in the economy last quarter.
Er was een groeispurt in de economie vorig kwartaal.
2.
straal, spuit, vloed
a gush of liquid from an opening
Voorbeeld:
•
A spurt of water came from the broken pipe.
Een straal water kwam uit de gebroken pijp.
•
Blood came out in a sudden spurt.
Bloed kwam eruit in een plotselinge straal.
Werkwoord
1.
spuiten, stromen, uitbarsten
to gush out in a stream or jet
Voorbeeld:
•
Water spurted from the hose.
Water spoot uit de slang.
•
Blood spurted from the wound.
Bloed spoot uit de wond.
2.
spurten, een uitbarsting doen, versnellen
to make a sudden, brief burst of activity or effort
Voorbeeld:
•
The runner spurted ahead in the last few meters.
De hardloper spurtte vooruit in de laatste meters.
•
The company spurted into action to meet the deadline.
Het bedrijf schoot in actie om de deadline te halen.
Gerelateerd Woord: