Betekenis van het woord sham in het Nederlands
Wat betekent sham in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
sham
US /ʃæm/
UK /ʃæm/
Zelfstandig Naamwoord
schijnvertoning, bedrog, namaak
a thing that is not what it is purported to be; a counterfeit
Voorbeeld:
•
The election was a complete sham.
De verkiezing was een complete schijnvertoning.
•
Their marriage was a sham, arranged for convenience.
Hun huwelijk was een schijnvertoning, geregeld voor het gemak.
Bijvoeglijk Naamwoord
nep, vals, bedrieglijk
bogus or false
Voorbeeld:
•
He made a sham attempt to apologize.
Hij deed een nep poging om zich te verontschuldigen.
•
The whole investigation was a sham operation.
Het hele onderzoek was een schijnoperatie.
Werkwoord
simuleren, doen alsof, bedriegen
to pretend to be or to have something
Voorbeeld:
•
He shammed illness to avoid work.
Hij simuleerde ziekte om werk te vermijden.
•
Don't try to sham your way through the exam.
Probeer niet door het examen te sjoemelen.
Gerelateerd Woord: