Betekenis van het woord rector in het Nederlands
Wat betekent rector in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
rector
US /ˈrek.tɚ/
UK /ˈrek.tər/
Zelfstandig Naamwoord
1.
rector, dominee
a cleric in charge of a parish in the Anglican Church
Voorbeeld:
•
The new rector was welcomed by the entire congregation.
De nieuwe rector werd verwelkomd door de hele gemeente.
•
The rector delivered a powerful sermon on Sunday.
De rector hield zondag een krachtige preek.
2.
rector, directeur
the head of a university, college, or school
Voorbeeld:
•
The university's rector presided over the graduation ceremony.
De rector van de universiteit zat de diploma-uitreiking voor.
•
She was appointed as the new rector of the college.
Ze werd benoemd tot de nieuwe rector van het college.