Betekenis van het woord phantom in het Nederlands
Wat betekent phantom in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
phantom
US /ˈfæn.t̬əm/
UK /ˈfæn.təm/
Zelfstandig Naamwoord
fantoom, spook, waanbeeld
a ghost; a product of the imagination
Voorbeeld:
•
She claimed to have seen a phantom in the old house.
Ze beweerde een fantoom te hebben gezien in het oude huis.
•
The pain was a mere phantom, a trick of the mind.
De pijn was slechts een fantoom, een truc van de geest.
Bijvoeglijk Naamwoord
fantoom, illusoir, ingebeeld
illusory; existing only in the imagination
Voorbeeld:
•
He felt a phantom limb pain after the amputation.
Hij voelde fantoompijn in zijn ledemaat na de amputatie.
•
The company was a phantom organization, existing only on paper.
Het bedrijf was een fantoomorganisatie, die alleen op papier bestond.