Betekenis van het woord paprika in het Nederlands

Wat betekent paprika in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

paprika

US /pæpˈriː.kə/
UK /ˈpæp.rɪ.kə/
"paprika" picture

Zelfstandig Naamwoord

paprika, paprikapoeder

a powdered spice with a deep orange-red color and a distinctive flavor, made from dried and ground red peppers

Voorbeeld:
Add a teaspoon of paprika to the chicken for flavor.
Voeg een theelepel paprika toe aan de kip voor de smaak.
The stew was seasoned with plenty of paprika.
De stoofpot was gekruid met veel paprika.