Betekenis van het woord nick in het Nederlands

Wat betekent nick in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

nick

US /nɪk/
UK /nɪk/

Werkwoord

1.

stelen, pikken

to steal something

Voorbeeld:
Someone tried to nick my wallet from my back pocket.
Iemand probeerde mijn portemonnee uit mijn achterzak te stelen.
He was caught nicking sweets from the shop.
Hij werd betrapt op het stelen van snoep uit de winkel.
2.

inkerven, snijden

to make a small cut or mark on a surface

Voorbeeld:
Be careful not to nick the paintwork when you open the door.
Pas op dat je de lak niet beschadigt als je de deur opent.
He accidentally nicked himself with the razor while shaving.
Hij sneed zichzelf per ongeluk met het scheermes tijdens het scheren.

Zelfstandig Naamwoord

1.

inkeping, snee

a small cut or notch

Voorbeeld:
There was a small nick on the edge of the table.
Er zat een kleine inkeping aan de rand van de tafel.
He got a tiny nick from the razor.
Hij kreeg een klein snee van het scheermes.
2.

bak, gevangenis

prison (informal)

Voorbeeld:
He ended up in the nick for shoplifting.
Hij belandde in de bak wegens winkeldiefstal.
If you're not careful, you'll end up in the nick.
Als je niet voorzichtig bent, beland je in de bak.