Betekenis van het woord nephew in het Nederlands
Wat betekent nephew in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
nephew
US /ˈnef.juː/
UK /ˈnef.juː/
Zelfstandig Naamwoord
neef
a son of one's brother or sister, or of one's brother-in-law or sister-in-law
Voorbeeld:
•
My nephew is coming to visit next weekend.
Mijn neef komt volgend weekend op bezoek.
•
She bought a toy car for her young nephew.
Ze kocht een speelgoedauto voor haar jonge neefje.
Antoniem: