Betekenis van het woord monolingual in het Nederlands

Wat betekent monolingual in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

monolingual

US /ˌmɑː.noʊˈlɪŋ.ɡwəl/
UK /ˌmɒn.əʊˈlɪŋ.ɡwəl/
"monolingual" picture

Bijvoeglijk Naamwoord

monolinguaal, eentalig

speaking or using only one language

Voorbeeld:
The survey was conducted among monolingual English speakers.
De enquête werd uitgevoerd onder monolinguale Engelstaligen.
Growing up in a monolingual household can be different from a bilingual one.
Opgroeien in een monolinguaal huishouden kan anders zijn dan in een tweetalig huishouden.

Zelfstandig Naamwoord

eentalige

a person who speaks only one language

Voorbeeld:
As a monolingual, he found it difficult to navigate the foreign city.
Als eentalige vond hij het moeilijk om zijn weg te vinden in de vreemde stad.
The app is designed to help monolinguals learn a second language.
De app is ontworpen om eentaligen te helpen een tweede taal te leren.