Betekenis van het woord lash in het Nederlands

Wat betekent lash in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

lash

US /læʃ/
UK /læʃ/

Werkwoord

1.

geselen, slaan

to strike (someone or something) with a whip or stick

Voorbeeld:
The rider had to lash his horse to make it go faster.
De ruiter moest zijn paard geselen om het sneller te laten gaan.
The waves began to lash against the rocks.
De golven begonnen tegen de rotsen te slaan.
2.

vastbinden, sjorren

to fasten (something) securely with a cord or rope

Voorbeeld:
They had to lash the cargo to the deck to prevent it from shifting.
Ze moesten de lading aan dek vastbinden om te voorkomen dat het verschoof.
He used a rope to lash the two poles together.
Hij gebruikte een touw om de twee palen aan elkaar te binden.

Zelfstandig Naamwoord

1.

zweepslag, slag

a sharp blow or stroke with a whip or similar instrument

Voorbeeld:
He received a painful lash across his back.
Hij kreeg een pijnlijke zweepslag over zijn rug.
The sudden lash of the rope caught him off guard.
De plotselinge slag van het touw verraste hem.
2.

wimper

an eyelash

Voorbeeld:
She had long, dark lashes.
Ze had lange, donkere wimpers.
A single lash fell onto her cheek.
Een enkele wimper viel op haar wang.
Gerelateerd Woord: