Betekenis van het woord itinerant in het Nederlands

Wat betekent itinerant in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

itinerant

US /aɪˈtɪn.ɚ.ənt/
UK /aɪˈtɪn.ər.ənt/

Bijvoeglijk Naamwoord

rondtrekkend, reizend, zwervend

traveling from place to place, especially to perform work or duty

Voorbeeld:
The company employs itinerant workers for seasonal harvests.
Het bedrijf heeft rondtrekkende werknemers in dienst voor seizoensgebonden oogsten.
He led an itinerant life, moving from town to town.
Hij leidde een rondtrekkend leven, verhuisde van stad naar stad.

Zelfstandig Naamwoord

rondreiziger, zwerver, nomade

a person who travels from place to place

Voorbeeld:
The old man was a solitary itinerant, always on the move.
De oude man was een eenzame rondreiziger, altijd onderweg.
Many itinerants find work in seasonal agriculture.
Veel rondreizigers vinden werk in de seizoenslandbouw.