Betekenis van het woord Italian in het Nederlands
Wat betekent Italian in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
Italian
US /ɪˈtæl.jən/
UK /ɪˈtæl.jən/

Zelfstandig Naamwoord
1.
Italiaan, Italiaanse
a native or inhabitant of Italy, or a person of Italian descent
Voorbeeld:
•
He is an Italian who moved to New York.
Hij is een Italiaan die naar New York verhuisde.
•
Many Italians immigrated to America in the early 20th century.
Veel Italianen emigreerden in het begin van de 20e eeuw naar Amerika.
2.
Italiaans
the Romance language spoken in Italy and parts of Switzerland, San Marino, and Vatican City
Voorbeeld:
•
She is learning to speak Italian.
Ze leert Italiaans spreken.
•
Do you speak Italian?
Spreek je Italiaans?
Bijvoeglijk Naamwoord
1.
Italiaans
relating to Italy, its people, or its language
Voorbeeld:
•
We had delicious Italian food for dinner.
We hadden heerlijk Italiaans eten voor het avondeten.
•
The Italian flag has three vertical stripes: green, white, and red.
De Italiaanse vlag heeft drie verticale strepen: groen, wit en rood.
Leer dit woord op Lingoland
Gerelateerd Woord: