Betekenis van het woord infidelity in het Nederlands
Wat betekent infidelity in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
infidelity
US /ˌɪn.fəˈdel.ə.t̬i/
UK /ˌɪn.fɪˈdel.ə.ti/
Zelfstandig Naamwoord
ontrouw, overspel
the action or state of being unfaithful to a spouse or other sexual partner
Voorbeeld:
•
She could not forgive his infidelity after ten years of marriage.
Ze kon zijn ontrouw na tien jaar huwelijk niet vergeven.
•
Marital infidelity is a common cause of divorce.
Echtelijke ontrouw is een veelvoorkomende oorzaak van echtscheiding.