Betekenis van het woord hoc in het Nederlands
Wat betekent hoc in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
hoc
US /hɑk/
UK /hɒk/
Zelfstandig Naamwoord
1.
hak
the joint of a quadruped's hind leg between the stifle and the fetlock, corresponding to the human ankle
Voorbeeld:
•
The horse injured its hock during the race.
Het paard blesseerde zijn hak tijdens de race.
•
The veterinarian examined the dog's swollen hock.
De dierenarts onderzocht de gezwollen hak van de hond.
2.
hammetje, schenkel
the lower part of a side of bacon, or a ham
Voorbeeld:
•
We had smoked hock for dinner.
We hadden gerookte hammetjes als avondeten.
•
The recipe calls for a pork hock.
Het recept vraagt om een varkensschenkel.
Werkwoord
verlammen
disable (an animal) by cutting the tendons of the hock
Voorbeeld:
•
The hunter decided to hock the deer to prevent its escape.
De jager besloot het hert te verlammen door de pezen van de hak door te snijden om te voorkomen dat het ontsnapte.
•
They would hock the cattle before slaughter.
Ze zouden het vee verlammen voor de slacht.
Gerelateerd Woord: