Betekenis van het woord grandchild in het Nederlands
Wat betekent grandchild in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
grandchild
US /ˈɡræn.tʃaɪld/
UK /ˈɡræn.tʃaɪld/
Zelfstandig Naamwoord
kleinkind
a child of one's son or daughter
Voorbeeld:
•
My grandchild is coming to visit next weekend.
Mijn kleinkind komt volgend weekend op bezoek.
•
She loves spending time with her grandchildren.
Ze brengt graag tijd door met haar kleinkinderen.
Synoniem: