Betekenis van het woord fag in het Nederlands
Wat betekent fag in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
fag
US /fæɡ/
UK /fæɡ/
Zelfstandig Naamwoord
1.
sigaret
(British, informal) a cigarette
Voorbeeld:
•
Can I bum a fag off you?
Mag ik een sigaret van je bietsen?
•
He went outside for a quick fag break.
Hij ging even naar buiten voor een snelle sigarettenpauze.
2.
flikker, homo (scheldwoord)
(derogatory, offensive) a homosexual man
Voorbeeld:
•
Using slurs like 'fag' is unacceptable and harmful.
Het gebruik van scheldwoorden zoals 'flikker' is onacceptabel en schadelijk.
•
The term 'fag' is considered a homophobic slur.
De term 'flikker' wordt beschouwd als een homofobe belediging.
3.
klus, gedoe, moeite
(British, informal) a tedious or difficult task
Voorbeeld:
•
Doing all that paperwork was a real fag.
Al dat papierwerk was een hele klus.
•
It's a bit of a fag to go all the way there and back.
Het is een beetje een gedoe om helemaal heen en weer te gaan.
Werkwoord
uitputten, vermoeien
(British, informal) to tire out or exhaust (someone)
Voorbeeld:
•
That long walk really fagged me out.
Die lange wandeling heeft me echt uitgeput.
•
The children were completely fagged after playing all day.
De kinderen waren helemaal uitgeput na de hele dag spelen.