Betekenis van het woord epoch in het Nederlands

Wat betekent epoch in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

epoch

US /ˈiː.pɑːk/
UK /ˈiː.pɑːk/
"epoch" picture

Zelfstandig Naamwoord

1.

tijdperk, periode, era

a period in history or a person's life, typically one marked by notable events or particular characteristics

Voorbeeld:
The invention of the printing press marked a new epoch in human history.
De uitvinding van de drukpers markeerde een nieuw tijdperk in de menselijke geschiedenis.
His retirement marked the end of an epoch for the company.
Zijn pensionering markeerde het einde van een tijdperk voor het bedrijf.
2.

geologisch tijdperk, geologische periode

a division of time that is a subdivision of a geological period and is itself subdivided into ages

Voorbeeld:
The Holocene is the current geological epoch.
Het Holoceen is het huidige geologische tijdperk.
Scientists study fossils from different geological epochs to understand Earth's history.
Wetenschappers bestuderen fossielen uit verschillende geologische tijdperken om de geschiedenis van de aarde te begrijpen.
3.

begindatum, referentiedatum

a point in time from which dates are calculated

Voorbeeld:
The Christian calendar uses the birth of Christ as its epoch.
De christelijke kalender gebruikt de geboorte van Christus als zijn begindatum.
In computing, an epoch is a date and time from which a computer measures system time.
In de informatica is een epoch een datum en tijd vanaf wanneer een computer de systeemtijd meet.
Leer dit woord op Lingoland