Betekenis van het woord doo in het Nederlands

Wat betekent doo in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

doo

US /duː/
UK /duː/

Werkwoord

1.

doen, uitvoeren

perform (an action, the precise nature of which is often unspecified)

Voorbeeld:
What are you doing?
Wat ben je aan het doen?
I need to do my homework.
Ik moet mijn huiswerk maken.
2.

bereiken, voltooien

achieve or complete (something)

Voorbeeld:
She did well on her exams.
Ze deed het goed op haar examens.
Have you done the dishes yet?
Heb je de afwas al gedaan?

Hulpwerkwoord

1.

hulpwerkwoord

used to form negative statements and questions

Voorbeeld:
I do not like coffee.
Ik houd niet van koffie.
Do you speak English?
Spreek je Engels?
2.

nadruk

used to give emphasis to a main verb

Voorbeeld:
I do believe you.
Ik geloof je echt.
He did try his best.
Hij deed echt zijn best.

Zelfstandig Naamwoord

feest, bijeenkomst

a party or social gathering

Voorbeeld:
We're having a big do for her birthday.
We geven een groot feest voor haar verjaardag.
It was a grand do with lots of guests.
Het was een groots feest met veel gasten.