Betekenis van het woord distrust in het Nederlands
Wat betekent distrust in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
distrust
US /dɪˈstrʌst/
UK /dɪˈstrʌst/

Zelfstandig Naamwoord
1.
wantrouwen, achterdocht
the feeling that someone or something cannot be relied upon
Voorbeeld:
•
She felt a deep sense of distrust towards his motives.
Ze voelde een diep gevoel van wantrouwen jegens zijn motieven.
•
There was a growing distrust between the two political parties.
Er was een groeiend wantrouwen tussen de twee politieke partijen.
Werkwoord
1.
wantrouwen, achterdochtig zijn
to regard as untrustworthy; to be suspicious of
Voorbeeld:
•
I distrust anyone who promises too much.
Ik wantrouw iedereen die te veel belooft.
•
The public began to distrust the government's statements.
Het publiek begon de verklaringen van de regering te wantrouwen.
Leer dit woord op Lingoland
Gerelateerd Woord: