Betekenis van het woord boxer in het Nederlands
Wat betekent boxer in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
boxer
US /ˈbɑːk.sɚ/
UK /ˈbɒk.sər/
Zelfstandig Naamwoord
1.
bokser
a person who fights with their fists for sport, typically in a ring
Voorbeeld:
•
The boxer delivered a powerful punch.
De bokser leverde een krachtige stoot.
•
He trained for years to become a professional boxer.
Hij trainde jarenlang om een professionele bokser te worden.
2.
boxer (hond)
a medium-sized, short-haired breed of dog of German origin, typically fawn or brindled with a square jaw and a short snout
Voorbeeld:
•
Our family dog is a friendly boxer.
Onze familiehond is een vriendelijke boxer.
•
The boxer dog loves to play fetch.
De boxerhond houdt ervan om te apporteren.
3.
boxershort
a type of men's underwear resembling shorts
Voorbeeld:
•
He prefers to wear loose-fitting boxers.
Hij draagt het liefst loszittende boxershorts.
•
These boxers are made of soft cotton.
Deze boxershorts zijn gemaakt van zacht katoen.
Gerelateerd Woord: