Betekenis van het woord bilingual in het Nederlands
Wat betekent bilingual in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
bilingual
US /baɪˈlɪŋ.ɡwəl/
UK /baɪˈlɪŋ.ɡwəl/
Bijvoeglijk Naamwoord
1.
tweetalig
speaking two languages fluently
Voorbeeld:
•
She is bilingual in English and Spanish.
Ze is tweetalig in het Engels en Spaans.
•
Many people in Canada are bilingual, speaking both English and French.
Veel mensen in Canada zijn tweetalig en spreken zowel Engels als Frans.
Synoniem:
2.
tweetalig
written or expressed in two languages
Voorbeeld:
•
The instructions are provided in a bilingual format.
De instructies worden in een tweetalig formaat aangeboden.
•
We need a bilingual dictionary for our trip.
We hebben een tweetalig woordenboek nodig voor onze reis.
Zelfstandig Naamwoord
tweetalige
a person who speaks two languages fluently
Voorbeeld:
•
The company is looking to hire a bilingual for the customer service role.
Het bedrijf is op zoek naar een tweetalige voor de klantenservicefunctie.
•
As a bilingual, she can easily switch between languages.
Als tweetalige kan ze gemakkelijk tussen talen schakelen.
Synoniem: