Vocabulaireverzameling Een Argument Maken 3 in Mening en Argument: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Een Argument Maken 3' in 'Mening en Argument' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) ratiocinatie, redenering
Voorbeeld:
(idiom) punten scoren, in de smaak vallen
Voorbeeld:
(noun) wegwijzer, richtingaanwijzer, structuurindicator;
(verb) wegwijzen, structureren
Voorbeeld:
(noun) inslag, voorkeur, standpunt;
(verb) hellen, schuin staan, verdraaien
Voorbeeld:
(noun) sofist, drogredenaar, leraar filosofie en retorica in het oude Griekenland
Voorbeeld:
(noun) sofisterij, drogreden
Voorbeeld:
(noun) samenvatting, conclusie
Voorbeeld:
(phrasal verb) samenvatten, opsommen
Voorbeeld:
(verb) ondersteunen, steunen, onderhouden;
(noun) ondersteuning, steun, draagvlak
Voorbeeld:
(verb) ondersteunen, steunen, handhaven
Voorbeeld:
(noun) syllogisme, sluitrede
Voorbeeld:
(noun) gespreksonderwerp, discussiepunt
Voorbeeld:
(phrase) om te beginnen, aanvankelijk
Voorbeeld:
(adjective) onbeantwoordbaar, onoplosbaar, niet verantwoordelijk
Voorbeeld:
(adjective) onbetwistbaar, onweerlegbaar
Voorbeeld:
(adverb) onbetwistbaar, ongetwijfeld
Voorbeeld:
(adjective) onbetwistbaar, onweerlegbaar
Voorbeeld:
(verb) ondersteunen, onderbouwen, ten grondslag liggen aan
Voorbeeld:
(noun) onderbouwing, fundament, basis
Voorbeeld:
(noun) tijd, poos;
(conjunction) terwijl, gedurende, hoewel;
(verb) verdoen, doorbrengen
Voorbeeld:
(conjunction) terwijl, daarentegen
Voorbeeld:
(adverb) daar, erheen, er;
(pronoun) daar, die plaats;
(interjection) er, daar
Voorbeeld: