Avatar of Vocabulary Set Steenvruchten

Vocabulaireverzameling Steenvruchten in Ingrediënten: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Steenvruchten' in 'Ingrediënten' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

cherry

/ˈtʃer.i/

(noun) kers, kersenhout;

(adjective) kersenrood

Voorbeeld:

She loves eating fresh cherries in the summer.
Ze eet graag verse kersen in de zomer.

plum

/plʌm/

(noun) pruim, pruimkleur, geweldige positie;

(adjective) geweldig, uitstekend

Voorbeeld:

She made a delicious plum tart.
Ze maakte een heerlijke pruimen taart.

tamarind

/ˈtæm.ɚ.ɪnd/

(noun) tamarinde, tamarindeboom

Voorbeeld:

The chef used tamarind to give the curry a tangy flavor.
De chef gebruikte tamarinde om de curry een pittige smaak te geven.

peach

/piːtʃ/

(noun) perzik, parel, schat;

(verb) verlinken, klikken;

(adjective) perzikkleurig

Voorbeeld:

She bit into a ripe, juicy peach.
Ze beet in een rijpe, sappige perzik.

staghorn sumac

/ˈstæɡhɔːrn ˈsuːmæk/

(noun) fluweelboom, Rhus typhina

Voorbeeld:

The vibrant red foliage of staghorn sumac adds beautiful color to the autumn landscape.
Het levendige rode blad van de fluweelboom voegt prachtige kleur toe aan het herfstlandschap.

sour cherry

/ˌsaʊər ˈtʃeri/

(noun) zure kers, morel

Voorbeeld:

She made a delicious pie with fresh sour cherries.
Ze maakte een heerlijke taart met verse zure kersen.

sloe

/sloʊ/

(noun) sleedoornbes;

(adjective) donker, somber

Voorbeeld:

The sloes were ripe for picking in late autumn.
De sleedoornbessen waren rijp om te plukken in de late herfst.

apricot

/ˈeɪ.prɪ.kɑːt/

(noun) abrikoos

Voorbeeld:

She made a delicious jam from fresh apricots.
Ze maakte een heerlijke jam van verse abrikozen.

nectarine

/ˌnek.təˈriːn/

(noun) nectarine

Voorbeeld:

She bit into a ripe, juicy nectarine.
Ze beet in een rijpe, sappige nectarine.

mango

/ˈmæŋ.ɡoʊ/

(noun) mango

Voorbeeld:

She peeled the mango and sliced it for breakfast.
Ze schilde de mango en sneed hem voor het ontbijt.

longan

/ˈlɑːŋ.ɡən/

(noun) longan

Voorbeeld:

She peeled a longan and offered it to her friend.
Ze pelde een longan en bood het aan haar vriendin aan.

jujube

/ˈdʒuː.dʒuːb/

(noun) jujube, Chinese dadel, fruitgom

Voorbeeld:

She enjoyed the sweet taste of fresh jujubes.
Ze genoot van de zoete smaak van verse jujubes.

date

/deɪt/

(noun) datum, afspraakje, date;

(verb) dateren, daten, uitgaan met

Voorbeeld:

What's the date today?
Wat is de datum vandaag?

damson

/ˈdæm.zən/

(noun) damson, damsonpruim, damsonboom

Voorbeeld:

She made a delicious damson jam from the fruit picked in her garden.
Ze maakte een heerlijke damsonjam van het fruit dat ze in haar tuin plukte.

avocado

/ˌɑː.vəˈkɑː.doʊ/

(noun) avocado

Voorbeeld:

I love adding sliced avocado to my toast in the morning.
Ik vind het heerlijk om 's ochtends gesneden avocado op mijn toast te doen.

olive

/ˈɑː.lɪv/

(noun) olijf, olijfboom;

(adjective) olijfgroen

Voorbeeld:

She added some black olives to the salad.
Ze voegde wat zwarte olijven toe aan de salade.

loquat

/ˈloʊ.kwɑːt/

(noun) loquat, Japanse mispel

Voorbeeld:

She made a delicious jam from fresh loquats.
Ze maakte een heerlijke jam van verse loquats.

black cherry

/ˌblæk ˈtʃeri/

(noun) zwarte kers, zwarte kersenboom

Voorbeeld:

The furniture was made from beautiful black cherry wood.
Het meubilair was gemaakt van prachtig zwarte kersenhout.

greengage

/ˈɡriːn.ɡeɪdʒ/

(noun) greengage, renklode

Voorbeeld:

She made a delicious jam with fresh greengages.
Ze maakte een heerlijke jam met verse greengages.

maraschino cherry

/məˌræʃ.iː.noʊ ˈtʃer.i/

(noun) maraschino kers

Voorbeeld:

The cocktail was garnished with a bright red maraschino cherry.
De cocktail was gegarneerd met een felrode maraschino kers.

beach plum

/ˈbiːtʃ ˌplʌm/

(noun) strandpruim, strandpruim (plant)

Voorbeeld:

We gathered beach plums along the dunes for making preserves.
We verzamelden strandpruimen langs de duinen om jam van te maken.

physalis

/faɪˈseɪ.lɪs/

(noun) lampionplant, ananaskers

Voorbeeld:

The garden was adorned with vibrant physalis plants.
De tuin was versierd met levendige lampionplanten.

prune

/pruːn/

(verb) snoeien, inkorten, reduceren;

(noun) gedroogde pruim, pruim

Voorbeeld:

The company decided to prune its less profitable divisions.
Het bedrijf besloot zijn minder winstgevende divisies te snoeien.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland