Avatar of Vocabulary Set Keukenapparatuur

Vocabulaireverzameling Keukenapparatuur in Huis en Tuin: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Keukenapparatuur' in 'Huis en Tuin' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

refrigerator

/rɪˈfrɪdʒ.ə.reɪ.t̬ɚ/

(noun) koelkast, ijskast

Voorbeeld:

Please put the milk back in the refrigerator.
Zet de melk alstublieft terug in de koelkast.

freezer

/ˈfriː.zɚ/

(noun) vriezer, diepvriezer

Voorbeeld:

Please put the ice cream in the freezer.
Doe het ijs alsjeblieft in de vriezer.

range

/reɪndʒ/

(noun) bereik, scala, gamma;

(verb) variëren, reiken, rangschikken

Voorbeeld:

The price range for these cars is between $20,000 and $30,000.
De prijsklasse voor deze auto's ligt tussen $20.000 en $30.000.

microwave

/ˈmaɪ.kroʊ.weɪv/

(noun) magnetron, microgolfoven, microgolf;

(verb) opwarmen in de magnetron, bereiden in de magnetron

Voorbeeld:

I heated my lunch in the microwave.
Ik heb mijn lunch opgewarmd in de magnetron.

coffee maker

/ˈkɑː.fi ˌmeɪ.kər/

(noun) koffiezetapparaat

Voorbeeld:

I need to buy a new coffee maker for the office.
Ik moet een nieuw koffiezetapparaat kopen voor op kantoor.

blender

/ˈblen.dɚ/

(noun) blender, mixer

Voorbeeld:

She made a smoothie in the blender.
Ze maakte een smoothie in de blender.

food processor

/ˈfuːd ˌprɑː.ses.ər/

(noun) keukenmachine, foodprocessor

Voorbeeld:

She used the food processor to chop the vegetables for the soup.
Ze gebruikte de keukenmachine om de groenten voor de soep te hakken.

juicer

/ˈdʒuː.sɚ/

(noun) sapcentrifuge, juicer

Voorbeeld:

I bought a new juicer to make fresh orange juice every morning.
Ik heb een nieuwe sapcentrifuge gekocht om elke ochtend vers sinaasappelsap te maken.

slow cooker

/ˈsloʊ ˌkʊk.ər/

(noun) slowcooker, sudderpan

Voorbeeld:

I put all the ingredients for the stew into the slow cooker this morning.
Ik heb vanmorgen alle ingrediënten voor de stoofpot in de slowcooker gedaan.

fryer

/ˈfraɪ.ɚ/

(noun) frituurpan, friteuse, braadkip

Voorbeeld:

She bought a new deep fryer for making homemade chips.
Ze kocht een nieuwe diepe frituurpan om zelfgemaakte frietjes te maken.

oven

/ˈʌv.ən/

(noun) oven

Voorbeeld:

Preheat the oven to 200 degrees Celsius.
Verwarm de oven voor op 200 graden Celsius.

pressure cooker

/ˈpreʃ.ər ˌkʊk.ər/

(noun) snelkookpan, hogedrukpan (figuurlijk), stressvolle situatie

Voorbeeld:

She cooked the stew in a pressure cooker to save time.
Ze kookte de stoofpot in een snelkookpan om tijd te besparen.

air fryer

/ˈer fraɪ.ər/

(noun) airfryer, heteluchtfriteuse

Voorbeeld:

She made crispy fries in her new air fryer.
Ze maakte knapperige frietjes in haar nieuwe airfryer.

meat grinder

/ˈmiːt ˌɡraɪn.dər/

(noun) vleesmolen, gehaktmolen

Voorbeeld:

She used the meat grinder to prepare the ground beef for the burgers.
Ze gebruikte de vleesmolen om het gehakt voor de hamburgers te bereiden.

toaster oven

/ˈtoʊstər ˌʌvən/

(noun) broodroosteroven

Voorbeeld:

I'll just pop these bagels into the toaster oven.
Ik stop deze bagels even in de broodroosteroven.

wine cooler

/ˈwaɪn ˌkuː.lər/

(noun) wijnkoeler, wijnkoelkast

Voorbeeld:

She ordered a refreshing wine cooler at the bar.
Ze bestelde een verfrissende wijnkoeler aan de bar.

hotplate

/ˈhɑːt.pleɪt/

(noun) kookplaat, warmhoudplaat

Voorbeeld:

She used a hotplate to cook her dinner in the small apartment.
Ze gebruikte een kookplaat om haar avondeten te koken in het kleine appartement.

broiler

/ˈbrɔɪ.lɚ/

(noun) braadkip, broiler, grill

Voorbeeld:

We bought a whole broiler for dinner.
We kochten een hele braadkip voor het avondeten.

convection oven

/kənˈvek.ʃən ˌʌv.ən/

(noun) heteluchtoven

Voorbeeld:

Bake the cookies in the convection oven for 10 minutes.
Bak de koekjes 10 minuten in de heteluchtoven.

steamer

/ˈstiː.mɚ/

(noun) stoompan, stomer, stoomboot

Voorbeeld:

She cooked the vegetables in a bamboo steamer.
Ze kookte de groenten in een bamboe stoompan.

toaster

/ˈtoʊ.stɚ/

(noun) broodrooster

Voorbeeld:

I put two slices of bread in the toaster.
Ik deed twee sneetjes brood in de broodrooster.

grinder

/ˈɡraɪn.dɚ/

(noun) molen, slijper, molenaar

Voorbeeld:

He used a coffee grinder to make fresh grounds.
Hij gebruikte een koffiemolen om verse koffie te maken.

deep-fat fryer

/ˌdiːp.fæt ˈfraɪ.ər/

(noun) frituurpan, friteuse

Voorbeeld:

She bought a new deep-fat fryer to make homemade chips.
Ze kocht een nieuwe frituurpan om zelfgemaakte frietjes te maken.

dishwasher

/ˈdɪʃˌwɑː.ʃɚ/

(noun) vaatwasser, afwasmachine, afwasser

Voorbeeld:

Load the dirty plates into the dishwasher.
Laad de vuile borden in de vaatwasser.

mill

/mɪl/

(noun) molen, fabriek, bedrijf;

(verb) malen, vermalen, frezen

Voorbeeld:

The old water mill still stands by the river.
De oude watermolen staat nog steeds bij de rivier.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland