Avatar of Vocabulary Set Daken en Plafonds

Vocabulaireverzameling Daken en Plafonds in Architectuur en Constructie: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Daken en Plafonds' in 'Architectuur en Constructie' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

vault

/vɑːlt/

(noun) kluis, gewelf;

(verb) springen, overspringen

Voorbeeld:

The bank keeps its money in a secure vault.
De bank bewaart haar geld in een veilige kluis.

mansard

/ˈmæn.sɑːrd/

(noun) mansardedak;

(adjective) mansarde

Voorbeeld:

The old building was topped with a distinctive mansard roof.
Het oude gebouw was bekroond met een kenmerkend mansardedak.

ridge

/rɪdʒ/

(noun) rug, bergrug, heuvelrug;

(verb) ribbelen, ploegen

Voorbeeld:

We hiked along the mountain ridge.
We wandelden langs de bergrug.

verge

/vɝːdʒ/

(noun) rand, berm, grens;

(verb) naderen, grenzen aan

Voorbeeld:

He stood on the verge of the cliff, looking down at the sea.
Hij stond op de rand van de klif, uitkijkend over de zee.

dome

/doʊm/

(noun) koepel, koepelvormige structuur;

(verb) overkoepelen, koepelvormig maken

Voorbeeld:

The cathedral is topped with a magnificent dome.
De kathedraal is bekroond met een prachtige koepel.

eave

/iːv/

(noun) dakrand, overstek

Voorbeeld:

Birds often build nests under the eaves of the house.
Vogels bouwen vaak nesten onder de dakranden van het huis.

apex

/ˈeɪ.peks/

(noun) top, punt, hoogtepunt

Voorbeeld:

The climber reached the apex of the mountain.
De klimmer bereikte de top van de berg.

onion dome

/ˈʌn.jən ˌdoʊm/

(noun) uivormige koepel

Voorbeeld:

The church was topped with five golden onion domes.
De kerk was bekroond met vijf gouden uivormige koepels.

roof garden

/ˈruːf ˌɡɑːr.dən/

(noun) daktuin

Voorbeeld:

The hotel has a beautiful roof garden with panoramic city views.
Het hotel heeft een prachtige daktuin met panoramisch uitzicht over de stad.

rooftop

/ˈruːf.tɑːp/

(noun) dakterras, dak

Voorbeeld:

We enjoyed a beautiful view from the rooftop bar.
We genoten van een prachtig uitzicht vanaf de dakterrasbar.

caisson

/ˈkeɪ.sən/

(noun) caisson, zinkkist, munitiewagen

Voorbeeld:

Divers worked inside the caisson to build the bridge's foundation.
Duikers werkten in de caisson om de fundering van de brug te bouwen.

dormer

/ˈdɔːr.mɚ/

(noun) dakkapel

Voorbeeld:

The attic room had a charming dormer window.
De zolderkamer had een charmant dakkapelraam.

thatch

/θætʃ/

(noun) riet, strooien dak;

(verb) rietdekken, met stro bedekken

Voorbeeld:

The old cottage had a beautiful thatch roof.
Het oude huisje had een prachtig rietgedekt dak.

cupola

/ˈkjuː.pəl.ə/

(noun) koepel, koepeltje, geschutskoepel

Voorbeeld:

The old building was topped with a beautiful copper cupola.
Het oude gebouw was bekroond met een prachtige koperen koepel.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland