Vocabulaireverzameling Watervogels in Dieren: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Watervogels' in 'Dieren' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) roerdomp
Voorbeeld:
(noun) Noordse stern
Voorbeeld:
(noun) tureluur
Voorbeeld:
(noun) stormvogel
Voorbeeld:
(noun) pelikaan
Voorbeeld:
(noun) zilverreiger, reiger
Voorbeeld:
(noun) kievit
Voorbeeld:
(noun) meeuw
Voorbeeld:
(noun) albatros, molensteen, last
Voorbeeld:
(noun) Canadese gans
Voorbeeld:
(noun) waterhoen
Voorbeeld:
(noun) zeekoet
Voorbeeld:
(noun) kraan, hijskraan, kraanvogel;
(verb) rekken, uitstrekken
Voorbeeld:
(noun) drieteenmeeuw
Voorbeeld:
(noun) scholekster
Voorbeeld:
(noun) kluut
Voorbeeld:
(noun) fuut
Voorbeeld:
(noun) pijlstormvogel
Voorbeeld:
(noun) kraag, plooikraag, pos;
(verb) blaffen, snauwen
Voorbeeld:
(noun) fregatvogel
Voorbeeld:
(noun) alk
Voorbeeld:
(noun) eend;
(verb) duiken, ontwijken
Voorbeeld:
(noun) strandloper
Voorbeeld:
(noun) rare snuiter, brombeer, meerkoet
Voorbeeld:
(noun) lepel, schep, dipper
Voorbeeld:
(noun) stormvogel
Voorbeeld:
(noun) shag, langharig tapijt, fijngesneden tabak;
(verb) neuken, seks hebben
Voorbeeld:
(noun) flamingo
Voorbeeld:
(noun) bonte strandloper
Voorbeeld:
(noun) jan-van-gent
Voorbeeld:
(noun) skua, jager
Voorbeeld:
(noun) wulp
Voorbeeld:
(noun) kookaburra
Voorbeeld:
(noun) ooievaar
Voorbeeld:
(noun) gek, mafkees, dwaas
Voorbeeld:
(noun) stern
Voorbeeld:
(noun) waadpak, waadlaars, steltloper
Voorbeeld:
(noun) ibis
Voorbeeld:
(noun) plevier
Voorbeeld:
(noun) domoor, idioot, gent
Voorbeeld:
(noun) kievit
Voorbeeld:
(noun) ijsvogel
Voorbeeld:
(noun) papegaaiduiker
Voorbeeld:
(noun) houtsnip
Voorbeeld:
(noun) gans, domoor;
(verb) prikken, stoten, opvoeren
Voorbeeld:
(noun) reiger
Voorbeeld:
(noun) aalscholver
Voorbeeld:
(noun) lepelaar
Voorbeeld:
(noun) groenblauw, blauwgroen;
(adjective) groenblauw
Voorbeeld:
(noun) zwaan;
(verb) zwieren, rondzwerven
Voorbeeld:
(noun) wilde eend
Voorbeeld:
(noun) smient
Voorbeeld: