Vocabulaireverzameling Gezondheid in TOEIC Essentiële 600 Woorden: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Gezondheid' in 'TOEIC Essentiële 600 Woorden' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren /əˈlaʊ/
(verb) toestaan, toelaten, mogelijk maken
Voorbeeld:
My parents don't allow me to stay out late.
Mijn ouders staan me niet toe om laat buiten te blijven.
/ɑːlˈtɝː.nə.t̬ɪv/
(adjective) alternatief, ander;
(noun) alternatief, keuze
Voorbeeld:
Do you have an alternative solution?
Heb je een alternatieve oplossing?
/ˈæs.pekt/
(noun) aspect, facet, uiterlijk
Voorbeeld:
The most important aspect of the job is communication.
Het belangrijkste aspect van de baan is communicatie.
/kənˈsɝːn/
(noun) zorg, aangelegenheid, bedrijf;
(verb) betreffen, aangaan, zorgen baren
Voorbeeld:
The safety of the children is my main concern.
De veiligheid van de kinderen is mijn voornaamste zorg.
/ˈem.fə.saɪz/
(verb) benadrukken, accentueren
Voorbeeld:
The report emphasized the need for better education.
Het rapport benadrukte de noodzaak van beter onderwijs.
/ɪnˈkɝː/
(verb) oplopen, ondergaan
Voorbeeld:
He incurred the wrath of his boss by being late.
Hij liep de woede van zijn baas op door te laat te zijn.
/ˌpɝː.sənˈel/
(noun) personeel, medewerkers
Voorbeeld:
The company is hiring new personnel for the marketing department.
Het bedrijf neemt nieuw personeel aan voor de marketingafdeling.
/ˈpɑː.lə.si/
(noun) beleid, richtlijn, polis
Voorbeeld:
The company has a strict policy against harassment.
Het bedrijf heeft een strikt beleid tegen intimidatie.
/ˈpɔːr.ʃən/
(noun) deel, portie, aandeel;
(verb) verdelen, portioneren
Voorbeeld:
He ate a large portion of the cake.
Hij at een grote portie van de taart.
/rɪˈɡɑːrd.ləs/
(adverb) ongeacht, desondanks
Voorbeeld:
She decided to go out, regardless of the rain.
Ze besloot uit te gaan, ongeacht de regen.
/ˈsæl.ɚ.i/
(noun) salaris, loon
Voorbeeld:
His annual salary is $60,000.
Zijn jaarsalaris is $60.000.
/suːt/
(noun) pak, kostuum, rechtszaak;
(verb) passen, schikken, staan
Voorbeeld:
He wore a dark blue suit to the interview.
Hij droeg een donkerblauw pak naar het interview.