Vocabulaireverzameling 900 punten in Dag 1 - Ontsnappen aan werkloosheid: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling '900 punten' in 'Dag 1 - Ontsnappen aan werkloosheid' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) kwalificatie, referentie, geloofsbrief
Voorbeeld:
(adjective) eerstehands, direct;
(adverb) uit eerste hand, persoonlijk
Voorbeeld:
(noun) selectiecommissie, sollicitatiecommissie
Voorbeeld:
(phrase) om nog maar te zwijgen van, laat staan
Voorbeeld:
(phrase) af en toe, soms
Voorbeeld:
(adjective) overgekwalificeerd
Voorbeeld:
(noun) vertoning, screening, onderzoek
Voorbeeld:
(verb) achterop raken, vertragen;
(noun) vertraging, tijdsverschil
Voorbeeld:
(phrase) op de wachtlijst
Voorbeeld:
(adjective) gericht, georiënteerd
Voorbeeld:
(phrasal verb) betrekking hebben op, aangaan
Voorbeeld:
(adverb) twijfelachtig, betwistbaar
Voorbeeld:
(noun) regelmatigheid, vastigheid, gelijkmatigheid
Voorbeeld:
(verb) aanvullen, bijvullen, herstellen
Voorbeeld:
(noun) eenvoud, simpliciteit, natuurlijkheid
Voorbeeld:
(adjective) stellair, sterren-, uitstekend
Voorbeeld:
(adjective) veelzijdig, flexibel
Voorbeeld:
(adjective) bedreven, bekwaam;
(noun) expert, meester
Voorbeeld:
(idiom) tegen alle verwachtingen in, ondanks alles
Voorbeeld:
(noun) bevel, opdracht, beheersing;
(verb) bevelen, gebieden, bevel voeren over
Voorbeeld:
(adjective) evenredig, passend, overeenkomstig
Voorbeeld:
(adjective) computervaardig, digitaal geletterd
Voorbeeld:
(noun) ijver, grete, enthousiasme
Voorbeeld:
(phrase) zich vertrouwd maken met, leren kennen
Voorbeeld:
(noun) toename, verhoging, stap;
(verb) verhogen, vermeerderen, opvoeren
Voorbeeld:
(plural noun) interpersoonlijke vaardigheden, sociale vaardigheden
Voorbeeld:
(adjective) bedachtzaam, oplettend, bewust
Voorbeeld:
(adjective) vooraanstaand, superieur
Voorbeeld:
(adjective) voorlopig, voorbereidend;
(noun) voorronde, inleiding
Voorbeeld:
(noun) vereiste, voorwaarde;
(adjective) vereist, voorafgaand
Voorbeeld:
(noun) proeftijdwerker, stagiair, proeftijdganger
Voorbeeld:
(adverb) streng, ernstig
Voorbeeld: