Vocabulaireverzameling Maatschappij in Geavanceerde woordenschat voor TOEFL: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Maatschappij' in 'Geavanceerde woordenschat voor TOEFL' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) sociologie
Voorbeeld:
(noun) antropologie, volkenkunde
Voorbeeld:
(noun) laag, stratum, sociale laag
Voorbeeld:
(noun) hogere klasse, bovenklasse;
(adjective) van de hogere klasse, bovenklasse
Voorbeeld:
(noun) middenklasse;
(adjective) middenklasse
Voorbeeld:
(noun) lagere klasse, onderklasse;
(adjective) lagere klasse, onderklasse
Voorbeeld:
(noun) oud geld
Voorbeeld:
(noun) noblesse, edelheid, voornaamheid
Voorbeeld:
(noun) bourgeoisie, burgerij, kapitalistische klasse
Voorbeeld:
(noun) kaste, kastenstelsel
Voorbeeld:
(noun) suprematist;
(adjective) suprematistisch
Voorbeeld:
(noun) opperheer, heerser
Voorbeeld:
(adjective) ondergeschikt;
(noun) ondergeschikte;
(verb) ondergeschikt maken, onderwerpen
Voorbeeld:
(noun) multiculturalisme
Voorbeeld:
(adjective) burgerlijk, stedelijk
Voorbeeld:
(noun) demografie, bevolkingsgroep;
(adjective) demografisch
Voorbeeld:
(noun) sociaal contract
Voorbeeld:
(adjective) collectief, gezamenlijk;
(noun) collectief, gemeenschap
Voorbeeld:
(noun) microagressie
Voorbeeld:
(adjective) etnisch, afkomstig, traditioneel
Voorbeeld:
(adjective) Kaukasisch, blank;
(noun) Kaukasiër, blanke
Voorbeeld:
(noun) genderbinaire, genderbinariteit
Voorbeeld:
(noun) mannelijkheid
Voorbeeld:
(noun) vrouwelijkheid
Voorbeeld:
(noun) genderidentiteit
Voorbeeld:
(adjective) homoseksueel;
(noun) homoseksueel
Voorbeeld:
(adjective) heteroseksueel;
(noun) heteroseksueel
Voorbeeld:
(adjective) biseksueel;
(noun) biseksueel
Voorbeeld:
(adjective) non-binair, niet-binair
Voorbeeld:
(adjective) aseksueel, ongeslachtelijk
Voorbeeld:
(adjective) cisgender
Voorbeeld:
(adjective) transgender;
(noun) transgender
Voorbeeld:
(adjective) transseksueel;
(noun) transseksueel
Voorbeeld:
(adjective) genderfluïde, genderfluid
Voorbeeld:
(noun) leeftijdsgenoot, gelijke, collega;
(verb) turen, gluren, loeren
Voorbeeld:
(abbreviation) LGBTQ, lesbisch, homo, biseksueel, transgender en queer/questioning
Voorbeeld:
(adjective) intersekse;
(noun) intersekse persoon
Voorbeeld:
(adjective) panseksueel;
(noun) panseksueel
Voorbeeld: