Vocabulaireverzameling Moeilijk en complex in Essentiële SAT-woordenschat voor het examen: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Moeilijk en complex' in 'Essentiële SAT-woordenschat voor het examen' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) modderig, vol modder, troebel;
(verb) modderig maken, bevuilen met modder, vertroebelen
Voorbeeld:
(verb) belemmeren, hinderen, vertragen
Voorbeeld:
(verb) onderdrukken, bedwingen, neerslaan
Voorbeeld:
(verb) verstoren, onderbreken, ontwrichten
Voorbeeld:
(verb) ingrijpen, tussenbeide komen, plaatsvinden tussen
Voorbeeld:
(verb) ingrijpen, verstoren, zich bemoeien
Voorbeeld:
(verb) saboteren;
(noun) sabotage
Voorbeeld:
(verb) belemmeren, hinderen, vertragen
Voorbeeld:
(noun) jam, opstopping, file;
(verb) proppen, vastzetten, jammen
Voorbeeld:
(verb) blokkeren, belemmeren, versperren
Voorbeeld:
(noun) dubbelzinnigheid, ambiguïteit
Voorbeeld:
(noun) nuance, schakering;
(verb) nuanceren
Voorbeeld:
(noun) ernst, strengheid, hevigheid
Voorbeeld:
(adjective) moeiteloos, gemakkelijk
Voorbeeld:
(adjective) veeleisend, uitdagend, streng
Voorbeeld:
(adjective) ontmoedigend, afschrikwekkend
Voorbeeld:
(adjective) ongrijpbaar, ontwijkend, moeilijk te vinden
Voorbeeld:
(adjective) eenvoudig, simpel, direct
Voorbeeld:
(adjective) uitgebreid, gedetailleerd, ingewikkeld;
(verb) uitwerken, uitbreiden, verfijnen
Voorbeeld:
(adjective) begrijpelijk, verstaanbaar
Voorbeeld:
(adjective) raadselachtig, mysterieus
Voorbeeld:
(adjective) waarneembaar, merkbaar
Voorbeeld:
(adjective) verteerbaar, begrijpelijk
Voorbeeld:
(adjective) onpeilbaar, onbegrijpelijk, onmetelijk
Voorbeeld:
(adjective) onmerkbaar, onwaarneembaar
Voorbeeld:
(adjective) oncijferbaar, onleesbaar
Voorbeeld:
(adjective) ingewikkeld, complex
Voorbeeld:
(adjective) rotsachtig, steenachtig, wankel
Voorbeeld:
(adjective) obscuur, onduidelijk, onbekend;
(verb) verdoezelen, verhullen
Voorbeeld:
(adverb) intensief, met klem, krachtig
Voorbeeld:
(adverb) gemakkelijk, bereidwillig, vlot
Voorbeeld: