Vocabulaireverzameling Bouwterminologie in Bouwindustrie: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Bouwterminologie' in 'Bouwindustrie' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren /bæɡ/
(noun) tas, zak, ding;
(verb) inpakken, verpakken, bemachtigen
Voorbeeld:
She packed her clothes in a large travel bag.
Ze pakte haar kleren in een grote reistas.
/ˈbæl.əns biːm/
(noun) evenwichtsbalk
Voorbeeld:
The gymnast performed a flawless routine on the balance beam.
De turnster voerde een vlekkeloze routine uit op de evenwichtsbalk.
/bɑːr/
(noun) staaf, balk, spijl;
(verb) versperren, verbieden, uitsluiten
Voorbeeld:
He lifted the heavy iron bar.
Hij tilde de zware ijzeren staaf op.
/koʊˈɔːr.dən.eɪt/
(verb) coördineren, afstemmen, matchen;
(noun) coördinaat, coördinaten;
(adjective) gelijkwaardig, coördinerend
Voorbeeld:
We need to coordinate our efforts to finish the project on time.
We moeten onze inspanningen coördineren om het project op tijd af te krijgen.
/dɪˈflek.ʃən/
(noun) afbuiging, doorbuiging, afwijking
Voorbeeld:
The deflection of the ball off the post saved the goal.
De afbuiging van de bal via de paal redde het doelpunt.
/ˈreɪ.lɪŋ/
(noun) reling, leuning, hekwerk
Voorbeeld:
The child held onto the stair railing as he walked down.
Het kind hield zich vast aan de trapleuning terwijl hij naar beneden liep.