Vocabulaireverzameling Winkelen in Algemene IELTS-woordenschat (band 8-9): Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Winkelen' in 'Algemene IELTS-woordenschat (band 8-9)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) termijncontract, futurescontract
Voorbeeld:
(noun) koopman, handelaar
Voorbeeld:
(noun) marge, opslag, opmaak;
(verb) opmaken, markeren
Voorbeeld:
(abbreviation) koop er één, krijg er één gratis
Voorbeeld:
(noun) namaak, imitatie;
(verb) namaak maken, imiteren
Voorbeeld:
(noun) klantenkaart, bonuskaart
Voorbeeld:
(noun) afbetaling, uitgestelde betaling
Voorbeeld:
(noun) teken, symbool, muntje;
(adjective) symbolisch, tekenend
Voorbeeld:
(noun) ten minste houdbaar tot-datum, THT-datum
Voorbeeld:
(noun) cash-and-carry, zelfbedieningsgroothandel
Voorbeeld:
(phrase) click and collect, online bestellen en afhalen
Voorbeeld:
(noun) retailer, detailhandelaar
Voorbeeld:
(verb) meer uitgeven dan, overtreffen in uitgaven
Voorbeeld:
(verb) onderbieden, ondergraven, ondermijnen;
(noun) undercut, opgeschoren kapsel
Voorbeeld:
(verb) uitgeven, verkwisten;
(noun) uitspatting, verkwisting
Voorbeeld:
(verb) afdingen, onderhandelen;
(noun) onderhandeling, afdingen
Voorbeeld:
(verb) overbieden
Voorbeeld:
(verb) te weinig teruggeven, tekortdoen, benadelen
Voorbeeld:
(verb) upsellen, meer verkopen
Voorbeeld:
(noun) nabestelling, achterstallige bestelling;
(verb) nabestellen, achterstallig bestellen
Voorbeeld: